Harlingen, stadsbestuur

illustratie stadsbestuur
F.E. van Ruijven, geboren op 3 juli 1888 te Meester Cornelis, op West-Java in het toenmalige Nederlands Indië, vervaardigde rond 1936 een handschrift waarin hij het bestuur van Harlingen beschreef tussen 1510 en 1814. Het handschrift bevindt zich tegenwoordig in het gemeentearchief van Harlingen. Het vermeldt niet alleen de namen van de bestuurders, maar ook de vele vormen van bestuur die men in de loop der tijd gekend heeft en een veelheid aan raadsbesluiten die invloed hebben gehad op de wijze van verkiezingen en samenstellen van het stadsbestuur.

Vanaf 1510 werd Harlingen door oldermannen geregeerd. Zij waren drossaard (drost), aangesteld door het hogere landsbestuur en resideerden in het kasteel te Harlingen. In 1581, het begin van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, kwam er een bestuur dat bestond uit burgemeesteren, rond 1610 gevolgd door een systeem dat ook 'gezworenen' kende. De totale vroedschap bestond uit 60 personen, waarvan 8 tot burgemeester en 8 tot gezworen gemeensman werden verkozen.

Omdat tot dan toe de bestuurders altijd werden aangesteld door de hogere bestuurslagen groeide de onvrede over dit systeem. Het volk wilde zelf hun stadsbestuur kiezen en door een resolutie van de Staten van Friesland van 25 juli 1635 werd dat inderdaad mogelijk. Echter, het zittende Harlinger stadbestuur verzuimde dit aan haar inwoners mede te delen waardoor deze resolutie, althans voor Harlingen, geen geldende praktijk werd.

Op 9 augustus was het zover gekomen dat een aantal bezorgde burgers over dit verzuim een protestbrief schreef aan de Staten van Friesland, met daarin het verzoek om een paar commissarissen naar Harlingen te sturen om met het stadsbestuur te praten. Twee zittende Harlinger bestuurders stuurden daarop weer een brief naar de Staten, waarin zij de eerdere briefschrijvers 'perturbateurs' (rustverstoorders) noemden en adviseerden het verzoek om onderhandelaars te weigeren. Desondanks kwamen er toch drie commissarissen van de Staten naar Harlingen: Dominicus ab Hottinga, Suffridus Rispens en Abraham Roorda.

De onderhandelingen die plaatsvonden tussen deze drie afgevaardigden en het zittende stadbestuur resulteerden op 5 september in een resolutie van de Harlinger vroedschap. Het eerste artikel van deze resolutie bepaalde dat de bevolking voortaan zelf haar bestuur mocht kiezen, door eerst een lijst van 80 kandidaten te maken. De afgevaardigden van de Staten zouden de eerste keer uit deze kandidaten een vroedschap van 60 personen samenstellen en deze 60 verkozen uit hun midden 8 burgemeesteren en 8 gezworenen. Het tweede artikel van de resolutie bepaalde dat personen die in de vroedschap verkozen waren daar voor hun leven zaten. Er was geen maximale zittingstermijn en dientengevolge geen maximum aantal termijnen. Als een lid van de vroedschap overleed werd bij meerderheid van stemmen een nieuw lid aangesteld.

De bevolking had nu weliswaar eenmaal zelf invloed op de verkiezingen gehad, maar de zittende vroedschap had nu weer alle middelen in handen om zichzelf in stand te houden op een manier die haar het beste leek. De invloed van de bevolking was nu weer vrijwel nihil. Dit leidde opnieuw tot onvrede en in 1637 werd een aantal zaken dan ook opnieuw geregeld. De vroedschap bestond niet meer uit 60, maar uit 40 personen. Zij droeg uit haar midden acht burgemeesters en acht gemeensluiden voor aan de stadhouder, die het laatste woord over de aanstelling had. Ook werd er een rooster van aftreden ingevoerd: jaarlijks werden twee burgemeesters en twee gemeensluiden gewisseld.

De voordracht vond plaats op de avond voor Kerst of op oudjaarsavond. De vroedschap kwam bijeen in de kerk en alle leden trokken uit een bus met zoveel bonen als aanwezigen, waaronder 7 zwarte bonen, hun lot. Degenen die de zwarte bonen trokken werden in een aparte ruimte gezet en moesten net zolang met elkaar overleggen totdat ze met algemene stemmen of meeste stemmen vier leden voordroegen. Tijdens deze zitting werd geen eten en drinken aangevoerd en de zeven zgn. electeurs mochten niet uit de vergadering. De electeurs waren zelf overigens niet verkiesbaar. Was er overeenstemming over de vier voordrachten, dan werd er nog geloot wie burgemeester en wie gemeensman werd.

Al met al bleef het een soort old-boys-network. Men schoof elkaar of elkaars familie interessante posten toe en als een familielid niet in de stad woonde was dat geen belemmering: er werd gewoon een plaatsvervanger aangesteld. In 1789 woonde een van onze zes stadspoortwachters in Bolsward, een andere zelfs in Breda! Alle zes waren ze overigens dochters van burgemeesters of oud-burgemeesters.

In de tijd van de Bataafse Republiek, van 1795 tot 1806, hebben we eerst naar Frans model een municipaliteit. Met de nieuwe Staatsregeling van 1801 worden gemeenten zelfstandiger en mogen ze zelf kiezen hoe ze hun bestuur inrichten en noemen, zolang ze maar orders van hogerhand opvolgen.

Daarna krijgen we van 1806-1810 het Koninkrijk Holland, waarin de gemeenten via een Gemeentewet uit 1807 weer minder bevoegdheden krijgen. Onder het Franse bestuur van 1810-1813 nemen de eigen bevoegdheden alleen nog maar meer af. In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van 1815-1830 neemt het eigen bestuur langzamerhand weer toe en heeft een gemeente in tegenstelling tot eerder nog maar 1 burgemeester. Na de afscheiding van Belgie in 1830 wordt Nederland een zelfstandig Koninkrijk. Via de eerste zo genoemde Gemeentewet, van Thorbecke in 1851, wordt bepaald dat een gemeente nu bestuurd wordt door de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Ter wille van de volledigheid, die altijd wordt nagestreefd maar nooit wordt behaald, zijn ook burgemeesters en wethouders van na 1814 toegevoegd.

Samengesteld uit de volgende bronnen:
ir F.E. van Ruijven: "Harlingen, stadsbestuur tot 1814, Harlingen, ca. 1936
dr. S. Ferwerda: "Uit Harlingen's historie", Harlingen, 1934
artikel in de Harlinger Courant vn 27 feb 1951
een lijst met wethouders vanaf 1920 van onbekende hand


Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 2015-04-16 03:27:22.



A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z  



voornaam patroniem familienaam beroep/verdere functie(s) overleden
Coenraat Abbes
Lijckle Andries
Gerrit Auckes
Jelis Baerts
Adriaan Bartouts
Pijbe Bauckes
Dirk Bouwens 1681
Tjeerd Bouwens hoedenmaker (mr) 1720
Jan Broersen
Harmen Claas
Pieter Claessen 1671
Fedde Claesz
Reyner Claesz
Abbe Coenraads 1639
Frans Dirks brouwer (mr), hopman 1662
Tijmen Dirks vaandrig 1651
Aebe Douwes vaandrig 1679
Rintje Douwes wijdschipper 1684
Willem Egberts
Hendrik Everts slager (mr) 1743
Focke Fockes
Pier Foeckes
Claas Folkerts
Jacob Folkerts
Folckert Foppes
Foppe Foppes
Michel Gabbes 1639
Foppius Gerardius 1648
Wijbe Gerrits
Dirck Gerryts
Jacobus Goslings notaris 1718
Jan Goverts 1650
Luytjen Haebes
Obbe Hansen
Albert Harmens ontv. v/d armvoogden, ontv. v/d florenen der stadsuitburen 1652
Jelmer Harmens
Sierck Harmens 1641
Gerbrandt Hebbaeus hopman 1641
Jan Heeres hopman
Jan Heerts hopman 1645
Heiman Heimans
Claas Heins
Simon Heins
Dirck Hendricks
Saeff Hendricks
Reyner Hendricx
Djurre Hendriks
Hendrik Hendriks 1671
Dirck Hilbrants
Hoyte Hoytes
Cent Huijberts 1652
Jurrien Innes
Teunis Intes
Albert Jacobs
Bouke Jans
Jan Jansen pannenbakker 1641
Sijmon Jansen
Andries Jansz
Tjepcke Jansz
Tjepcke Jansz
Hero Janszn
Lieuwe Jarichs 1637
Tjebbe Jelmers
Cornelis Jeltes
Jan Jochims
Hans Keimpes 1678
Eelke Lieues
Gerlof Lolkes
Rein Lolkes 1667
Pieter Lubberts
Ege Meinderts 1656
Wijtze Meynerts
Jan Nannings
Marten Ockes scheepstimmerman 1678
Dirck Ockeszn
Piebe Oedses 1659
Adriaen Olivier
Jan Olivier 1772
Adriaan Oliviers
Jacob Pieters
Schelte Pieters timmerman
Jacob Pyters 1668
Ide Reijns
Hero Reins 1667
Reijner Reins
Arjan Reyners
Hijlcke Romkes
Evert Ruurds 1668
Huybert Sents
Willem Sijmens 1651
Sjoerdt Sijrx
Doede Steffens schoenmaker (mr) 1673
Frans Symens hopman 1657
Jan Symens wijdschipper 1680
Laurens Tabes 1773
Iede Taekes 1673
Tarquinius Theodori notaris 1667
Sweer Thomas 1679
Inne Tjaerds
Abbe Tjebbes
Jan Tjepkes
Adriaen Wierdts
Oeds Wijbes
Andries Willems
Jan Willems
Sybrandt Wybrandts
Wopken Jansen Acker zoutzieder, grootschipper 1685
Fedde Acronius goudsmid (mr) 1788
Gosse Johannes Adama 1674
Jarig Pieters Adama bakker (mr) 1719
Pieter Adama zijlstra
Cornelis Aerdenburg
Joost Agema 1751
Schelte Aitsema secretaris van het college ter admiraliteit in friesland 1653
Lambertus Albada
Johannes Albarda
Abraham Alema goudsmid (mr) 1773
Junius Alema 1789
Junius Alema secretaris van barradeel 1658
Arjen Altena vaandrig (oud) 1731
Sijds Altena 1767
Petrus anneus Amelander
Joannes Anstra dr
Gerrit Piters Apoticquar
Chris Arlman
Magnus van Arsen 1770
Lourens Jacobs van Asperen gortmaker (mr), vaandrig 1692
Willem Ages Baard 1762
Jochem Dirks Backer 1658
Aernt Gerrits Backer
Albert Wijmers Bakker
Harmen Arents Baksma bakker (mr) 1761
Aucke Jansen Banga 1702
Sijbrandus Bechius advocaat van den hove van friesland 1700
Douwe Hommes van Beijem
Eduard marius van Beijma
Olphardus Belida rector der latijnsche school 1671
Philippus Belida advocaat van den hove van friesland 1707
Hendrik Olpherts Belida
Jelle Jaspers Bennema
Jan Harmens van Beyem hopman 1650
Anthonie Bierma bakker (mr)
Sjoerd Pieters Bierma 1727
Dirck Sjoerds Bierma 1687
Jan Everts Bijencorff houtkoper 1663
Johannes Binsonides 1735
Hotze Romkes Binxma
Klaas Blok
Simon Blom
L. de Boer
Paulus de Boer
Andries Pieters de Boer 1752
Jan Ruurds Boetema(n) 1723
Hoeyte Bonga
Jacob Cornelis Bonk 1734
Fedde Feddes Bonnema 1655
Stittert Jetses Bontekoe 1747
Abraham Petrus Bontekoe apotheker 1659
Bouwe Boomsma
K. van de Bos
Marten Bos
Tjalle Bosscha 1783
Sjoerd Bouwes Bosscha 1758
Wopke Bouma lakenkoopman 1761
Pier Jarigs Bretton 1748
Hidde Brouwer 1775
Rein Brouwer 1787
Eeke Abbes Brouwer hopman 1659
Tjeerd Cornelis Brouwer kapitein op het statenjacht 1751
Augustijn Pieters Brouwer 1694
Hendrik Reins Brouwer goudsmid (mr) 1769
Claes Pieters van den Brug(h) 1760
Pieter de Bruin 1767
Pieter van Buiten
Jan Sipkes Buma 1752
Hernando de Bustamente
Jan Symens Bylaan lakenkoopman 1713
Abraham Caesarius convooimeester
Henrik Caesarius 1676
Feike Camsma
Jan Jacobs Cannegieter
Sijbren Sijbrens Cannegieter tinnegieter (mr) 1727
Geert Joostes Cartou 1662
Pieter Jacobs Clinckhamer goudsmid (mr) 1698
Laurens Jansen Clinckhamer 1757
Johannes Clingbijl dr 1649
Lolle Jacobs Cock schoenmaker (mr) 1713
Pijter Hijlkes Coolhart 1676
Jacobus Corver grootschipper 1732
Pieter joseph Coulbout
Petrus Couperus
Leenert Cornelis Croddebosch 1660
Jacobus Croese wijnkoper 1716
Pieter Upckes Cromwal
G.e.a. Daane bolier
Cornelis Daems
A.r. van Dalsen
Pieter Deketh
P.j. Dekker
K. Dijkstra
Nicolaus Dionisius dr
W. Dokter
Jan Donker 1745
Jan van Egmond 1546
George van Espelbach 1575
Frans F van Esta
Rein Hendriks Faber 1729
Rein Hendriks Faber
Claas Jansen Faber smid (mr) 1690
Riemer Teunis Faber
Bouwe Thomas Farx houtzager, hopman 1677
Thomas Feick
Sijtse Pieters Fogelsang
Bouwe Fontein
Dirk Fontein
Jan Fontein
Freerk Dirks Fontein
Schelte Jurjens Fontein hopman 1677
Jurjen Scheltes Fontein 1647
Tjalle Arjens Fopma 1730
Jacob Tjeerds van der Form 1770
Johannes ewout Frank
Simon Friezeman
B.g. van der Gaast
Saecke Romkes Gaesma 1694
Lambert de Gavere
Jan Rogiers de Gavere 1653
Bruyn Gijsberts Geersma 1656
Jan Geerts van Gelder schoenmaker (mr) 1662
Jacob Germans
Ruurd Ulbes Gerolsma bakker (mr) 1699
A. de Geus
Andries Pieters Gladsma 1724
A.j. Glastra van loon
Hermanus Gonggrijp 1746
Joost Gonggrijp bakker (mr) 1782
Joost Harmens Gonggrijp tinnegieter (mr) 1737
Alberts Jans Gonggrijp bakker (mr)
Tjepke Gratama
Rinnert Oedses Grettinga 1653
Frits van Grumbach 1541
Hans van Grumbach
Jan Adams Gypson hopman 1644
Adam Jansen Gypson 1667
Hans i. de Haan
Watze Haanstra 1772
Albartus de Haas bakker 1780
Ericus Haersma dr 1710
J. Haitsma
Hijlke Hanekuik
Wybe Hanekuik
Wybe Jacobs Hanekuik
Ulbo Hania 1745
A.e. Hannema
Anthony e. Hannema
Anthony e. Hannema
Jacobus Hannema
Jan Hannema
Jan Laessen Hannema vaandrig, hopman 1656
Laes Laessen Hannema 1654
Laes Laessen Hannema 1656
Laes Laessen Hannema 1719
Watze Dirks Harda 1716
Gerrit Everts Hardenborg 1667
Eilardus folcardus Harkenroth
Wieger Harmens
Wyger Harmens
Laes Haselaar chirurgijn (mr) 1728
Auke Jansen Haselaar 1667
Jacob Claessen Hatsma 1702
Gabius Hauckema
Lammert Hauckema
W.h.s. baron van Heemstra
Foeke Piers Heemstra commissaris-generaal der convoyen 1662
Hans Erix van 't Heilige land
Vincent Heinsius dr 1739
G.a. Herklotz
Simon Hiddema 1749
Sierck Dirks Hilaarda chirurgijn (mr) 1726
Jacobus Hillebrands dr 1665
Menelaus Hillebrands rentmeester (gewezen) 1689
Wilhelmus Hillebrands dr 1680
Hillebrand Dirks Hillebrands 1651
Tjepke Hillema 1756
Sijbren Sijes Hilma koekebakker (mr)
Gouke Hingst
Sybrand Hingst
Sybrandt G Hingst
Jacob Hessels Hingst
Sybren Hittinga
Hendrik Jacobus Hollander 1668
Age Dirks Hoogeboom bakker (mr) 1755
Frederik Hoogland 1776
Jan Hoogland 1763
Yde Hoornstra
Sibout Sierks Hoornstra
Hinne Dirks Hopman 1649
Johan Hora adema
Sibout Sierks Hornstra 1725
Jan W Houtsma
Sipke Willems Houtsma
Frans Hoytinga vaandrig, hopman 1661
Sijmen Cornelis Huidekoper schoenmaker (mr)
Frans Pieters Huidekoper 1732
I Huys
Harmen Saeckes Idsinga hopman 1656
Seerp IJsbrandi
Hubertus van Immerzeel drukker 1702
Tjeerd Innes Innema bakker
Paulus Jansen Innema 1656
Wijbrandus van Itsma 1759
Aert Jacobs Jacobides chirurgijn (mr) 1718
Berend p. Jansema
Bernardus Jelgersma 1783
Wiltetus Jelgersma 1747
Wiltetus Jelgersma apotheker 1704
Taeke Wijbrants Jellema bakker 1683
Simon Annes Jorna 1711
Danker de Kempenaer 1746
Dyrck Willems Ket
Theodorus Keth ontvanger der boelgoederen 1667
Gerrit Dircks Keth 1655
Willem Dircks Keth
Dirck Jacobs Kieviet hopman 1682
Rein Sijtses Kimstra apotheker 1707
Otto Knijf 1694
Jan Willems Knijff 1674
W. Koning-souverein
Taeke IJdes Koolhaart 1711
J.l. Kort
Jan Krijtenburg chirurgijn 1738
J.j. Krol
Fredrik Wigbolts Krol vaandrig, hopman 1650
J.c. de Kroon
Jacob Jansen Kuijk bakker 1724
Jan Dirksen Kuik koopman 1692
Jan Joostes Kuyk 1732
Wibrant Jurjens Kuyper
Jacob Juriens de Lange 1684
Bartel Lanting 1740
Dominicus Lanting 1683
Kleis Lanting 1778
Bartel Cleises Lanting brouwer, vaandrig, hopman 1678
Allardus Laquart 1732
Taeke Taekes Lauta hopman 1652
Claas Pieters Leijstra
Jetze Lentz
Dirck Livius dr
Rein Longerhou
Dirk Sibrants Longerhou 1665
Hendrik Coenraads Ludinga pannenbakker 1693
Johannes Mecima drogist
Thomas Meijer 1754
Meije Harmens Meijer 1764
Roelof willem Meintz
Sicco Reins Menalda 1740
Rein Sikkes Menalda vaandrig 1727
A. Metz
Barend van der Meulen 1783
Douwe Tjallings Meylema
Augustinus Mockema
Wieger Freerks Mockema goudsmid (mr) 1727
Siebren Pieters Molenaar
Cornelis Mollema
Junius Munter 1748
Junius Petrus Munter 1765
Berend Nauta
Zierk Nauta apotheker 1700
Thomas Aukes Nauta 1686
Harmen Synes Nauta scheepstimmerman 1677
Pieter Wijbrants Nauta 1678
Nieubuur dr
Folkert Lammers Nijkerk pasteibakker 1681
Jan Nollides 1741
Teunis Norbruis
Jacob Norel
Pijtter Pijtters Oldaens wijdschipper, koopman 1691
Jouke Olinjus
Evert Arjens Oosterbaan lijnslager (mr) 1724
Jan Oosterhout
Hans Cornelis Oosterveen 1737
Albert IJbes Osinga bakker (mr) 1776
Gerrit Sickes Osinga 1671
Jan Hendriks Overzee brouwer 1750
Hendrick van Oyenbrugge
Jan Jansen Pannebacker
Sibren Pauw vaandrig 1715
H Peaux
Johannes Peaux 1770
Pierre Peaux
Gebrandus Pettinga
Harmen Gerryts Phelten
Hans willem van Plettenberg
Claas Poort
Rembartus Popta hopman 1659
Sikke Popta
Sjoerd Tjebbes Popta 1639
Gerrit Alefs Potter 1678
Johannes Quicklenborg wijnhandelaar 1690
G.c. van Raan
Harmen Radsma 1804
Harmen Radsma
Pieter Hoijtes Reidsma 1735
Iede Jacobs Reinalda 1700
Jan frederik Repko
Hotze de Reus
Anthoenis van Reyswijck
Pier Annes Rheen 1642
Annius Rhienstra 1660
Livius Rijpema zoutzieder, apotheker 1727
A van Ring dr
Jetze Rodenhuis
Pieter Rodenhuis
IJpe Jetzes Rodenhuis bakker (mr)
Foppe Tiercks Romeda 1656
Adrianus de Roock
Ev. Roorda dr
Jacob Roorda
Abraham Roosen 1758
Barent Rowel 1728
Jacob Ruitinga
Johannes Ruitinga
Thomas Lamberts Salwarda
Willem Sandt van nooten
Claas Jansen Sanstra vaandrig 1667
Jan Ruurds Sanstra 1667
Hendrik Schaaf
Sijds Schaaf
Paul h.m. Scheffer
Allart Scheltinga
Michiel Martens Schienhout wijdschipper 1683
Sioerd Claessen Schrik 1738
Taeke Sierds Schrik 1748
Sjoerd T Schrik 1790
Gerrit Bouwes Schyere 1711
Sake Timens Sibesma bakker (mr) 1739
Hermanus Siccama
Pieter van Sickinghe 1578
Dirk Douwes Siderius blauwverver 1733
D Siersma
I. Sijtsma
Nicolaas Simonsz
Pijbe Haijes Sinnema brouwer 1654
Jane van Slooten 1789
Claas Gerrits van Slooten 1740
Dominicus Sloterdijk dr 1722
Simon Sloterdijk 1707
Simon Willems Sloterdijk 1703
Harmen Sopingius 1730
Tjebbe Spannenburg 1757
A.m. Speelman
Jacob Gerbens Sprottinga vaandrig (oud)
Theodorus Stansius 1705
Egbert Steenbeek
Taede Gerardus Steensma 1749
Lolle W Steensma
Gerlof Claessen Steinfurth
Jacob Claas Steninga 1725
Stephanus Stephani 1772
Taeke Stephani wijnhandelaar 1763
Taeke Stephanus Stephani
Christoffel van Sternsee 1560
Ewout Jetses Stiensma hopman 1672
Louis adolf van der Stok
Paulus Strooband
Gouke Suringar 1715
Hotze Swerms goudsmid (mr) 1738
Seerp Stevens Swerms goudsmid (mr)
Rein Sybeda 1746
Jan Tamboezer
Frederikus Tangerman
Tiberius Templar hopman 1653
Frans Reyners Templar
Pieter Tetrode
Lieuwe Hiddes Tjesma 1775
Johan dani Toussaint 1791
Menno Tuininga 1792
Jan van der Veen
Oege Veenstra 1783
Cornelis Freerks Veersma 1762
Dirk Vellinga
M Vellinga
J.l. Velthuis
Jacob Jacobs Velthuis biersteker 1701
Claas van Velzen bakker (mr) 1766
Cornelis Jeltes Vetsens 1656
Douwe W Vettevogel procureur-postulant
Gellius Vetzenius 1672
Menno Vink
Dirck Fransen Visscher
Barend Visser
Jan van 't Vlie
Harmen Jansen van 't Vlie 1701
Rein Upckes Vogelsangh
Jacob van der Voorde brouwer, hopman 1674
Joost van der Voorde hopman 1661
Doede Johannes Vosma 1755
B. de Vries
Sijbe de Vries
Hans Harmens de Vries 1654
Tjerk Hiddes de Vries
Harmanus de Waard bakker (mr)
Pieter de Waard 1738
A. van der Wal
Jacob Wassenaar
Hendrik Cornelis Wassenaar 1769
Wijtze Machiels Wassenaar wijdschipper, olderman v/h gilde 1674
Beert Ulbes Wassenaar bakker (mr) 1683
Hessel Wijtses Wassenaar brouwer 1729
Jurjen Upckes Watnia
Jan Wax bakker (mr) 1793
Jarig Sjoerds Weima 1731
Paulus Wellinga
Harmen Wennekes
J.p.h. Wesselink
T. Westerhuis
Jarig Westra 1787
Henricus Jan Westra dr
Lolke Jarigs Westra 1729
Hero Wiaerda
Jelle Jansen Wiersma 1724
H.i. Wijga
W. van der Wijk
Sjoerd Simons Wijma
Jacob Alberts Wijnalda 1720
Wijbren Wijngaard 1760
Abraham Wijngaarden
Cornelis Wijngaarden clerq boelgoederen, hopman 1708
Jan Wijngaarden 1770
Pieter Cornelis Wijngaarden 1738
Thomas Huijberts Wijngaarden waagmeester 1712
Riemer Jurians Wijngaarden 1662
Jan Wijbrants Wijngaarden 1685
Claas Y Wijngaarden
Edo Reins Wijnia rentmeester, vaandrig 1682
Rein Ydes Wijnia hopman 1638
Rinnert Arents Wijnsma bakker (mr) 1698
Claas Rinnerts Wijnsma bakker (mr) 1727
Jelle Wildschut
Pauwel Jansen Wiltfang wijnkoper 1675
Wijbe Sjoerds Wiltschut vaandrig (oud) 1708
Hessel Wringer secretaris, dijkgraaf 1661
Dirk Sijtses Wynia 1752
Lammert Pijters Ykema 1680
Anne D Ypeij goudsmid (mr)
Jan Yzenbeek
Sikke Yzenbeek
C. van der Zaal
Willem Anskes Zeestra goudsmid (mr) 1729
Anske Iepes Zeestra
Dirk Cornelis Zijlstra
Dirk Cornelis Zijlstra
Cornelis Dirks Zijlstra
Bavius Ziricus notaris 1688