Harlingen, stadsbestuur

illustratie stadsbestuur
F.E. van Ruijven, geboren op 3 juli 1888 te Meester Cornelis, op West-Java in het toenmalige Nederlands Indië, vervaardigde rond 1936 een handschrift waarin hij het bestuur van Harlingen beschreef tussen 1510 en 1814. Het handschrift bevindt zich tegenwoordig in het gemeentearchief van Harlingen. Het vermeldt niet alleen de namen van de bestuurders, maar ook de vele vormen van bestuur die men in de loop der tijd gekend heeft en een veelheid aan raadsbesluiten die invloed hebben gehad op de wijze van verkiezingen en samenstellen van het stadsbestuur.

Vanaf 1510 werd Harlingen door oldermannen geregeerd. Zij waren drossaard (drost), aangesteld door het hogere landsbestuur en resideerden in het kasteel te Harlingen. In 1581, het begin van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, kwam er een bestuur dat bestond uit burgemeesteren, rond 1610 gevolgd door een systeem dat ook 'gezworenen' kende. De totale vroedschap bestond uit 60 personen, waarvan 8 tot burgemeester en 8 tot gezworen gemeensman werden verkozen.

Omdat tot dan toe de bestuurders altijd werden aangesteld door de hogere bestuurslagen groeide de onvrede over dit systeem. Het volk wilde zelf hun stadsbestuur kiezen en door een resolutie van de Staten van Friesland van 25 juli 1635 werd dat inderdaad mogelijk. Echter, het zittende Harlinger stadbestuur verzuimde dit aan haar inwoners mede te delen waardoor deze resolutie, althans voor Harlingen, geen geldende praktijk werd.

Op 9 augustus was het zover gekomen dat een aantal bezorgde burgers over dit verzuim een protestbrief schreef aan de Staten van Friesland, met daarin het verzoek om een paar commissarissen naar Harlingen te sturen om met het stadsbestuur te praten. Twee zittende Harlinger bestuurders stuurden daarop weer een brief naar de Staten, waarin zij de eerdere briefschrijvers 'perturbateurs' (rustverstoorders) noemden en adviseerden het verzoek om onderhandelaars te weigeren. Desondanks kwamen er toch drie commissarissen van de Staten naar Harlingen: Dominicus ab Hottinga, Suffridus Rispens en Abraham Roorda.

De onderhandelingen die plaatsvonden tussen deze drie afgevaardigden en het zittende stadbestuur resulteerden op 5 september in een resolutie van de Harlinger vroedschap. Het eerste artikel van deze resolutie bepaalde dat de bevolking voortaan zelf haar bestuur mocht kiezen, door eerst een lijst van 80 kandidaten te maken. De afgevaardigden van de Staten zouden de eerste keer uit deze kandidaten een vroedschap van 60 personen samenstellen en deze 60 verkozen uit hun midden 8 burgemeesteren en 8 gezworenen. Het tweede artikel van de resolutie bepaalde dat personen die in de vroedschap verkozen waren daar voor hun leven zaten. Er was geen maximale zittingstermijn en dientengevolge geen maximum aantal termijnen. Als een lid van de vroedschap overleed werd bij meerderheid van stemmen een nieuw lid aangesteld.

De bevolking had nu weliswaar eenmaal zelf invloed op de verkiezingen gehad, maar de zittende vroedschap had nu weer alle middelen in handen om zichzelf in stand te houden op een manier die haar het beste leek. De invloed van de bevolking was nu weer vrijwel nihil. Dit leidde opnieuw tot onvrede en in 1637 werd een aantal zaken dan ook opnieuw geregeld. De vroedschap bestond niet meer uit 60, maar uit 40 personen. Zij droeg uit haar midden acht burgemeesters en acht gemeensluiden voor aan de stadhouder, die het laatste woord over de aanstelling had. Ook werd er een rooster van aftreden ingevoerd: jaarlijks werden twee burgemeesters en twee gemeensluiden gewisseld.

De voordracht vond plaats op de avond voor Kerst of op oudjaarsavond. De vroedschap kwam bijeen in de kerk en alle leden trokken uit een bus met zoveel bonen als aanwezigen, waaronder 7 zwarte bonen, hun lot. Degenen die de zwarte bonen trokken werden in een aparte ruimte gezet en moesten net zolang met elkaar overleggen totdat ze met algemene stemmen of meeste stemmen vier leden voordroegen. Tijdens deze zitting werd geen eten en drinken aangevoerd en de zeven zgn. electeurs mochten niet uit de vergadering. De electeurs waren zelf overigens niet verkiesbaar. Was er overeenstemming over de vier voordrachten, dan werd er nog geloot wie burgemeester en wie gemeensman werd.

Al met al bleef het een soort old-boys-network. Men schoof elkaar of elkaars familie interessante posten toe en als een familielid niet in de stad woonde was dat geen belemmering: er werd gewoon een plaatsvervanger aangesteld. In 1789 woonde een van onze zes stadspoortwachters in Bolsward, een andere zelfs in Breda! Alle zes waren ze overigens dochters van burgemeesters of oud-burgemeesters.

In de tijd van de Bataafse Republiek, van 1795 tot 1806, hebben we eerst naar Frans model een municipaliteit. Met de nieuwe Staatsregeling van 1801 worden gemeenten zelfstandiger en mogen ze zelf kiezen hoe ze hun bestuur inrichten en noemen, zolang ze maar orders van hogerhand opvolgen.

Daarna krijgen we van 1806-1810 het Koninkrijk Holland, waarin de gemeenten via een Gemeentewet uit 1807 weer minder bevoegdheden krijgen. Onder het Franse bestuur van 1810-1813 nemen de eigen bevoegdheden alleen nog maar meer af. In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van 1815-1830 neemt het eigen bestuur langzamerhand weer toe en heeft een gemeente in tegenstelling tot eerder nog maar 1 burgemeester. Na de afscheiding van Belgie in 1830 wordt Nederland een zelfstandig Koninkrijk. Via de eerste zo genoemde Gemeentewet, van Thorbecke in 1851, wordt bepaald dat een gemeente nu bestuurd wordt door de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Ter wille van de volledigheid, die altijd wordt nagestreefd maar nooit wordt behaald, zijn ook burgemeesters en wethouders van na 1814 toegevoegd.

Samengesteld uit de volgende bronnen:
ir F.E. van Ruijven: "Harlingen, stadsbestuur tot 1814, Harlingen, ca. 1936
dr. S. Ferwerda: "Uit Harlingen's historie", Harlingen, 1934
artikel in de Harlinger Courant vn 27 feb 1951
een lijst met wethouders vanaf 1920 van onbekende hand

- Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk.
- Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *.
- Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker of glazenmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.


Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 2018-06-03 09:56:55.



Bestuursfuncties in het jaar 1678   (een jaar terug)   (een jaar vooruit)
jaar naam functie
1678 Beert Ulbes Wassenaar burgemeester
1678 Lourens Jacobs van Asperen burgemeester
1678 Augustijn Pieters Brouwer burgemeester
1678 Folkert Lammers Nijkerk burgemeester
1678 Theodorus Stansius burgemeester
1678 Taeke Wijbrants Jellema burgemeester
1678 Pijtter Pijtters Oldaens burgemeester
1678 Dirck Jacobs Kieviet burgemeester
1678 Bavius Ziricus gezworen gemeensman
1678 Saecke Romkes Gaesma gezworen gemeensman
1678 Jacob Juriens de Lange gezworen gemeensman
1678 Wopken Jansen Acker gezworen gemeensman
1678 Claas Jansen Faber gezworen gemeensman
1678 Gerrit Alefs Potter gezworen gemeensman (overleden 1678)
1678 Hendrik Coenraads Ludinga gezworen gemeensman
1678 Rintje Douwes gezworen gemeensman
1678 Pieter Wijbrants Nauta gezworen gemeensman (overleden 1678)
1678 Dirk Bouwens gezworen gemeensman
1678 Rein Longerhou vroedsman
1678 Sweer Thomas vroedsman
1678 Simon Annes Jorna vroedsman
1678 Hans Keimpes vroedsman (overleden 1678)
1678 Dominicus Lanting vroedsman
1678 Anske Iepes Zeestra vroedsman
1678 Harmen Jansen van 't Vlie vroedsman
1678 Iede Jacobs Reinalda vroedsman
1678 Jan Wijbrants Wijngaarden vroedsman
1678 Lammert Pijters Ykema vroedsman
1678 Jacob Juriens de Lange vroedsman
1678 Dirck Sjoerds Bierma vroedsman
1678 Thomas Aukes Nauta vroedsman
1678 Wopken Jansen Acker vroedsman
1678 Jacobus Goslings vroedsman
1678 Simon Willems Sloterdijk vroedsman
1678 Thomas Huijberts Wijngaarden vroedsman
1678 Jacob Claessen Hatsma vroedsman
1678 Aebe Douwes vroedsman
1678 Michiel Martens Schienhout vroedsman
1678 Jarig Pieters Adama vroedsman
1678 Pieter Claessen vroedsman
1678 Bartel Cleises Lanting vroedsman (overleden 1678)
1678 Johannes Quicklenborg vroedsman
1678 Sibren Pauw vroedsman
1678 Edo Reins Wijnia vroedsman
1678 Marten Ockes vroedsman (overleden 1678)
1678 Jan Symens Bylaan vroedsman
1678 Tjeerd Bouwens vroedsman
1678 Wilhelmus Hillebrands vroedsman