Harlingen, inventarisatieboeken door de WAO

Sinds september 2016 zijn leden van de Werkgroep Archiefonderzoek, een werkgroep van de Vereniging Oud Harlingen, bezig met het overnemen van de belangrijkste gegevens uit de 33 Inventarisatieboeken van Harlingen. In deze boeken staan verslagen van inventarisaties van sterfhuizen, zoals die plaatsvonden van 1589 tot 1727. Het project RedBot stelde hiervoor welwillend de foto's van deze inventarisatieboeken beschikbaar, het Hannemahuis een werkruimte en het Stadsarchief inhoudelijke ondersteuning. We zijn ze dankbaar.

De inventarissen die aan een bepaald adres zijn toegeschreven zijn ook zichtbaar via 'Huizen -> Zoek je huis'. In onderstaande lijsten is dat adres ook zichtbaar. Een groen adres geeft aan dat het adres vrij zeker juist is. Bij niet groene adressen is dat minder zeker, maar het is hopelijk toch minstens in de buurt. Zoals altijd zijn de kolommen te sorteren door op de kolomkop te klikken, boven de tabel kan snel naar de juiste letters of de juiste pagina worden gesprongen, en door op een adres te klikken verschijnt de pagina met alle bekende gegevens van dat adres.

N.B. Alleen als de lijst is gesorteerd op datum, is de extra kolom 'relatie' te zien, omdat die alleen dan de relatie met de volgende persoon in de lijst kan weergeven.

Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk. Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *. Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [blokhaken]. Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ]. Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.



Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 2021-11-01 18:02:05



Vindplaats:  Tresoar, Nedergerecht Harlingen (13-16) inventarisnummer 215 folio 1r

Pand:  Noorderhaven 61

Inleiding:  [0001r] Ontzegelinge van slotten, ende vervolgens inventarisatie mitsgaders beschrievinge gedaen ten overstaen van de heeren praesiderende Burgemeesteren Jacobus Goslings ende Jan Symens Bylaen als commissarien, geadsocieert met dr. Dominico Wringer secretaris, ten sterfhuyse van wijlen Claes Freerx Braam in leven burger en coopman binnen desen stede, van alle sodanige goederen, actien, crediten, uyt- en inschulden aldaer ten sterfhuyse bevonden, ten versoecke van Froukjen Clases Braam weduw wijlen de coopman Romcke Jacobs, in desen geadsisteert met haer soon Jacob Romckes Braam, ende Saeckjen Claeses Braam wedu van wijlen Pieter Jacobs Dreyer, in desen met de coopman Jan Pieters Oldaens gesterckt, mitsgaders de coopman Goytien Claessen Braam als geauthoriseerde curator over Pietie Jacobs, naegelaten dochter van wijlen de coopman Jacob Claessen Braam ende Grietie Hessels, [0001v] in tijden echteluyden ende eindelijk Dieuwke Pytters Hoogstra wedu van wijlen de coopman Freerck Claessen Braem, als moeder en wettige voorstanderse over haer minderjarigh soontie Pyter Freerx Braem, bij deselve haer overledene man in echte verweckt, in desen gesterct met de mede regerende burgemeester Pieter Pieter Oldaens, alle te samen kinderen, en kints kinderen, ende erfgenamen van de overledene Claes Freerx Braem ommegedacht, zijnde de aengevinge der goederen bij de mede erfgenaem Saeckjen Claeses gedaen, als den sterffhuyse gefraequenteert hebbende, die oock den belofe daer toe staende bij manuele stipulatie om alles getrouwelijck te sullen aengeven heeft gepraesteert in handen van welgedachte heeren commissarien, waer dan tot de beschrievinge is geprocedeert in manieren als volgt. Actum den 27e september 1680.

Inventaris: 
[0002r] In 't voorcamerke 
Bedden en bedsklederen 
twee bedden en twee peulen 
twee deeckens 
vier oorcussens 
vier slopen 
twee laeckens 
een wijtlingh 
een peuldoeck 
een paer groene gordijnen, rabath en schorsteenkleed 
een slaepbanck 
vier spreties 
een zetbanck 
[0002v] tien stoelen 
tien stoelcussens 
twee mantelstocken 
ses schilderijen, soo groot als kleyn 
een spiegel 
twee schalen 
een almanachie, en tinnen incthoorn 
 
Oostindisch goed 
drie dubbelde butterpannen 
twee enckelde dito 
tien klapmutsen soo goed als quadt 
drie kelckjes 
 
[0003r] vier copkes soo groot als kleen 
een oudt bed manteltie 
vijff flessen 
twee doosen, met eenige mans mutsen ende kragen 
een tafel 
vijff tinnen patielen, een dito 
een tinnen buttercop 
twee slechte pannen 
een tinnen candelaer 
een stenen suyckerpoth 
twee soutvaten 
een tromp 
[0003v] een coperen bofferspanne 
een dito krans 
twee houten backen 
 
In de binnencamer 
twee bedden en twee peulen 
een bedsack 
vier wijtlingen 
sestien oorcussens 
negen pluymcussens 
drie deeckens 
acht slopen 
twee paer gordijnen ende een schorsteenkleed 
[0005r] twee en twintigh stoelcussens 
tien stoelen 
een eecken trecktafel 
een zetbanck 
een spiegel 
tien schilderien soo groot als kleen 
 
Oostindisch goed 
drie dubbelde butterpannen 
vier vruchtschalen 
tien coppen, een dito 
twee blaeckers 
twee cannen met silveren lidden 
[0005v] een geel geverd geldkistie, ledigh 
twee glaed borden 
een tinnen pottie 
twe gangelstocken 
vijf potten, een vattie en tromp, met suycker 
vier spreden 
eenige bontwerck 
twee butterpanties, oostindisch 
een klapmuts 
 
Op 't opcamerke 
twee schabelties 
een eecken kistie 
[0006r] een confer 
een eecken wiege en wiegbanck 
twee paer gordijnen, en schoorsteenkleed 
vier deeckens 
twee bedspreties 
een oude caert 
eenigh peerde goedt 
twee spiegels 
drie peerde toomen 
twee spooren 
een oude kleerkorff 
 
[0006v] Op de kleersolder 
een oude krebbe 
een vleeschvath 
een kinder loopwagen 
een ketel 
eenige slecht steenen pannen 
een paer cantoor leersen 
een soed lood ? 
noch eenig romlerij 
 
In de keucken en portael 
dartien leeren emmeren 
tien stoelen soo goot als kleen 
[0007r] acht stoelcussens 
eenige stoven 
twee mesken onderstekens 
een rager en stoffer 
een wafelkoeckijser 
eenich rommelerij 
een ledder 
een mantelstock 
twee mangelborden ende mangelstocken 
een rackie 
drie tinnen patielen 
 
[ongenummerd]  
vacant 
 
[ongenummerd] 
vacant 
 
[0007v] twee tinnen cannen 
twee tinnen mostertpotten 
een tinnen zoutvath 
een dito kroeske 
een dito trachtertie 
vier tinnen schuttelties 
een dito kopke 
eenige schuttelgoedt 
negen schaelen 
een mesken vijsel ende stamper 
dartien kannen 
[0008r] een hacbord 
een strijckijser 
twee lanteernen 
een vuyrbecken 
een spiegeltie 
een schuymspaen 
een asschop 
drie tangen 
een ijseren kettingh 
een hangijser 
twee hackmessen 
een pottzeel 
[0008v] een rooster 
een buttergooth 
een blicken wijnpomke 
twee scheeren 
een vorckie 
twee keerssnuyters 
een schoenaantrecker 
twee mesken blakerties 
een brander 
twee hangkandelaers 
een sweevelstockslaedtie 
[0009r] een puister 
vier treeften en een kandelaer 
een eecken kiste 
een bed met een peul 
een wijtlingh, een dito 
twee laeckens 
een peuldoeck 
een oorcussen ende een sloop 
een paer gordijnen ende schoorsteenkleedt 
een bedspreedt 
twee deeckens 
twee meelvaties 
[0009v] een geel geverfde tafel 
eenige stoffers, en kleerbeesems 
een naykorff, ende twee naycussens 
eenige bierglasen en romers 
een appeltaertspanne 
twee koeckpannen 
eenige slechte potten 
twee schermen 
vier korfkes 
vier blauwe schoorsteenkleden 
vier mouties 
 
[0010r] In de loods 
twee emmerkes 
een houten schuttelwasscher 
een lampeth 
een oud tafeltie 
een gootlingh 
twee coperen potten 
een ijseren poth 
vijff en dartigh verndels butter, vol 
acht waschtobben 
twee wasch schammels 
een gieter 
[0010v] eenig huistimmermans gereedschap 
eenigh schuttelgoedt 
twee wateremmers 
noch eenigh romlerij 
 
In 't houtsteck ende op de souders 
een wagen 
twee kroodwagens 
een groote sleed 
twee schuifsleeties 
een vat met eeck 
twee ledders 
een pappegays korff 
vijff en dartigh sacken 
[0011r] eenige matten 
eenige oude vaten met wat spijckers 
eenigh turff en hout 
 
In de vaste kas in de binnencamer, nae ontzegelinge bevonden: 
een tinnen waterpoth 
drie tinnen tafelborden 
een tinnen cantie 
teeck tot een bed, ende peul, met de veeren daertoe behorende 
eenige bosschen rijgeern 
twee deeckens 
een lapdoos met eenige lappen 
[0011v] twee doosen 
een eecken kinderkistie tot de coopman Goitien Braams 
 
In 't eecken kantoor ende in de ijseren kiste, staende in de voocamer nae ontzegelinge bevonden, als volgt. 
 
Gerede gelden 
672 ducatons a 3-03-00 ider, is f 2116-16-00 
[marge: dit afgelinieerde geldt is onder de erfgenamen in vier egale parten gedeelt. In een sackje] 
48 rijxdalers a 2-12-00 facit f 124-16-00 
aen Engels geldt tot 10 a 12 stuivers, en sestien a acht stuivers, is f 12-08-00 
32 a 10 stuivers, is f 16-00-00 
3 a 16 stuivers, en vijff a 10 stuivers, is f 4-18-00 
---------- 
f 158-02-00 
---------- 
f 2274-18-00 
 
[0012r] [marge: dese afgelinieerde posten als voren gedeelt] 
In een spaenen doosje 
12 ducatons a 3-03-00 is f 37-16-00 
56 3/4 valveerde rijxdaelder a 2-12-00 is f 147-11-00 
negen a 2-00-00 is f 18-00-00 
13 a 0-10-00 is f 6-10-00 
drie a veertien stuivers f 2-02-00 
8 1/2 a 0-12-00 f 5-02-00 
---------- 
f 217-01-00 
aen dubbelde stuivers f 8-00-00 
aen pajement en deens geldt f 9-00-00 
---------- 
f 234-01-00 
 
[0012v] Goudt 
39 ducatons a 15-08-00 f 600-12-00 
77 1/2 soo rechte Jacobus en rijders a 13-08-00 is f 1030-10-00 
21 valueerde Jacobussen a 12-06-00 f 258-06-00 
18 Rosenobels a 11-07-00 f 204-06-00 
een Vlaemse nobel tot f 10-06-00 
vier dubbelde ducaten a 10-10-00 f 42-00-00 
een Engeloth ad f 6-10-00 
38 ducaten a 5-05-00 ider f 199-10-00 
---------- 
f 2360-00-00 
 
[0013r] 15 pistoletten a 9-05-00 f 481-00-00 
9 1/2 Crusaedt, a 17-00-00 f 161-10-00 
vier Franse cronen, en een Friesse rijder a 4-10-00 't samen f 22-10-00 
 
een halve Henricus nobel a 5-00-00 f 5-00-00 
een halve Engeloth a 3-05-00 't samen f 8-05-00 
 
vijff varndel verkeerde, a 3-00-00 en vier andere 't samen f 24-00-00 
 
een Zittert f 6-04-00 
een gouden Leeuw 4-06-00 
't samen f 10-10-00 
 
een achtste Jacobus 1-12-08 
twee a 3-05-00 
[samen] 4-17-00 
---------- 
f 712-12-08 
 
Bovenstaende goudt ten sterfhuis, zijnde onder de erfgenamen gedeelt in vier egale portie, actum den 4e Februari 1681. 
 
[0013v] Naevolgende posten bij Saeckien Claeses van schipper Douwe Jelles ontvangen 
70 ducatons f 220-10-00 
drie Franse, ende een Brabanse croon tot f 17-18-00 
aen pajement f 7-16-00 
---------- 
f 246-04-00 
f 712-12-08 
f 2360-00-00 
f 234-01-00 
f 2274-18-00 
---------- 
f 5827-15-08 
 
Bedragende also dese boven ende vorenstaende gerede gelden, in alles te bedragen samen geaddeert zijnde de summa vijff duisent acht hondert seven ende twintigh caroli guldens vijftien stuivers acht penningen f 5827-15-08 
 
[0014r] In de vast staende kas in 't voorhuis nae ontzegelinge bevonden: 
Achtien laeckens 
ses mans hemden 
vijftigh slopen, een bont dito 
vijff peuldoecken 
vijftigh servetten 
twintigh tafellaeckens 
sestien witte handdoecken 
acht en vijftigh neusdoecken 
noch twee handdoecken 
negen bedschorteldoecken 
vijff bedhemden 
twee packen witte mans onderkleren 
[0014v] vijf spijscameren doecken 
twaleff dassies 
seven blauwe handdoecken 
drie blauwe doecken voor het bedt 
 
Wollen 
een capothrock 
een reysrock 
 
In de eecken cas, staende in de binnencamer nae ontzegelinge bevonden: 
twee en twintigh mans hembden 
achtien peuldoecken, een dito 
seventien slopen 
vier groote kindere doecken 
[0015r] vijff en veertigh laeckens 
acht neusdoecken 
seventien tafellaeckens 
twee en tachtigh servetten 
veertien stucken doeck, soo groot als klein 
twee kleine lapkes doppies 
een stuck wijtlings goedt 
 
Wollen 
een ruige rock met een peuldoeck daerover 
een hoed 
drie greinen mantels 
twee swartlaecken dito 
[0015v] een pack swartlaeckens mansklederen 
een pack dito greynen 
een pack bratten dito 
een onderbroeck 
een paer swarte hoosen 
een swarte hoyck 
een swart lijcklaecken 
 
Silver 
[marge: dit afgelinieerde silver door Jan Dirxen Roorda mr. silversmidt gewogen zijnde is bij de vier erfgenamen bij lottinge in vier egale portien gediveert en gedeelt. Actum den 18e october 1680] 
vijff zoutvaten 
een silveren schaeltie met een vergulden voeth 
twee silveren koppen 
[0016r] een silveren half mengelen 
tien silveren kroesen soo groot als kleyn 
vier dito brandwijns kroeskes 
een silveren hart 
sestien silveren lepels 
twee dito eyerlepelties 
twee silveren lidden soo groot als kleyn 
een kettingh met twee silveren penningen 
drie silveren schorthaecken 
twee haecken 
twee silveren vingerhoeden 
[0016v] twee silveren tandtstokelaers 
acht silveren kleinodien, een dito 
drie silveren vrouwen hechten 
een silveren trouwdoosie 
 
In de schrijffcamer nae ontzegelinge bevonden: 
een geldtkiste 
 
ellef boecken in 't getal in folio, waer onder de wercken van Chora, waer van 't sterfhuis de helfte toebehoort. 
twalef dito in quarto 
twalef dito in octavo 
vijff en twintig in 12o 
een wetsker 
 
De huisgeraden en imboelen hier voren geinventariseert bij boelgoedt vercocht zijnde, exempt 't gene dat onder de erfgenamen is gedeelt, hebben suiver in eender summa opgebracht de summa van negenhondert drie en twintigh caroliguldens, achtien stuivers, acht penningen f 923-18-08  
 
[0017r] Brieven en instrumenten 
een obligatie de dato den 7de January 1673 tot laste van dese proventie van Frieslandt tot een hondert en vijftigh caroliguldens capitaal f 150-00-00 
de intressen zedert den 10e January 1679 daerop te goede, gequoteert met No 1 
een obligatie de dato den 29e Marty 1672 tot laste als voren tot een duisent caroliguldens capitaal f 1000-00-00 
de intressen zedert den 20e May 1678 daerop te goede, gequoteert met No 2 
een obligatie de dato den 13e aprilis 1666 tot laste van de selve provintie volgens cessie becomen de dato den 18e aprilis 1678 ad vijffhondert caroliguldens capitael f 500-00 
de interessen zedert jaeren 1678 daerop te goede, gequoteert met No 3 
---------- 
f 1650-00-00 
 
[0017v] een obligatie de dato den 13e july 1672 tot laste van de proventie van Frieslandt volgens cessie de dato den 14e februari 1676 tot driehondert caroliguldens capitael f 300-00-00 
de interessen zedert den 13e july 1678 daerop te goede, gequoteert met No 4 
een obligatie de dato den 9e augusti 1672 tot laste als boven, tot vijff hondert caroliguldens capitael f 500-00-00 
de interessen zedert den 9e augusti 1678 daerop te goede, gequoteert met No 5 
een obligatie de dato den 10e september 1672 tot laste als voren tot vijff hondert caroliguldens capitael f 500-00-00 
de interessen zedert den 10e september 1678 daerop te goede, gequoteert met No 6 
[0018r] een obligatie tot laste van de gedachte van Frieslandt de dato den 4e Juny 1674 tot twee hondert caroliguldens capitael f 200-00-00 
de interessen zedert den 4e juny 1678 daerop te goede, gequoteert met No 7 
een obligatie de dato den 1en september 1675 tot laste als boven, tot tweehondert vijftigh caroliguldens capitael f 250-00-00 
de interessen zedert den 30e december 1678 daerop te goede, gequoteert met No 8 
een obligatie de dato den 21e october 1674 tot laste als boven, tot tweehondert caroliguldens capitael f 200-00-00 
de interessen zedert den 21e october 1678 daerop te goede, gequoteert met No 9. 
[0018v] een obligatie de dato den 10e december 1675 tot laste van de selve provincie tot tweehondert en vijftigh caroliguldens capitael, zijnde thoonder deses f 250-00-00 
de interessen zedert den 29e juny 1678 daerop te goede 
een obligatie de dato den 1e december 1674 tot laste als voren tot twee hondert vijftigh caroliguldens capitael, zijnde thoonder deses f 250-00-00 
de interessen zedert den 16e juny 1678 daerop te goede, gequoteert met No 11 
een obligatie de dato den 14e december 1676 tot laste als voren tot tweehondert en vijftigh caroliguldens capitael, zijnde mede thoonder deses f 250-00-00 
de interssen zedert den 14e december 1678 daerop te goede, gequoteert met No 12 
---------- 
f 750-00-00 
 
[0019r] een obligatie de dato den 23e juny 1676 tot laste als voren tot tweehondert en vijftigh caroliguldens capitael, zijnde mede thoonder deses f 250-00-00 
de interessen zedert den 23e juny 1678 daerop te goede, gequoteert met No 13 
een obligatie de dato den 10e december 1675 tot laste als voren tot tweehonder vijftigh caroliguldens capitael, zijnde mede thoonder deses f 250-00-00 
de interessen zedert den 4e july 1678 daerop te goede, gequoteert met No 14 
een obligatie de dato den 1e december 1675 tot laste als voren tot tweehondery vijftigh caroliguldens capitael, zijnde mede thoonder deses f 250-00-00 
de interessen zedert den 4e july 1678 daerop te goede, gequoteert met No 15 
[0019v] een obligatie de dato den 29e january 1677 tot laste van de vaeck gedachte provintie, ter summa van tweehondert en vijftigh caroliguldens capitael, zijnde mede thoonder deses f 250-00-00 
de interessen zedert den 29e januari 1678 daerop te goede, gequoteert met No 16 
een obligatie de dato den 13e september 1673, tot laste als voren, zijnde mede thoonder deses tot een hondert en vijftigh caroliguldens capitael, f 150-00-00 
de interessen zedert den 20e september 1678 daerop te goede, gequoteert met No 17 
een obligatie de dato den 9e augusti 1672 tot laste als voren, tot driehondert caroliguldens capitael f 300-00-00 
de interessen zedert den 7e augusti 1678 daerop te goede, gequoteert met No 18 
---------- 
f 300-00-00 
 
[0020r] een obligatie de dato den 26e september 1672 tot laste van de vorengedachte provintie, ter summa van driehondert caroliguldens capitae f 300-00-00 
de interessen zedert den 26e september 1678 daerop te goede, gequoteert met No 19 
een obligatie de dato den 20e december 1665 tot laste van de selve provintie ter summa van drieduisent caroliguldens captiael f 3000-00-0 
de interessen zedert den 20e juny 1678 daerop te goede, gequoteert met No 20 
een obligatie de dato den 293 may 1666 tot laste van 't Nieuwe Bildijck, waer op noch als reste te goede is, twee duisent caroliguldens capitael f 2000-00-00 
de interessen zedert de 28e april 1680 tegen 't procento daerop te goede, gequoteert met No 21 
[0020v] [marge: onwis] een handtschrift op Luitien Jacobs de dato den 30e May 1678 tot een hondert en sestihg caroliguldens f 160-00-00 
waer op noyt interessen zijn betaelt, gequoteert met No 22 
[marge: ut supra] een obligatie de dato den 27e aprilis 1672 tot laste van Jan Aerts cum uxore, ende een accordt tusschen des selfs crediteuren cum socii de dato den 10e december 1674 tot driehondert vier en vijftig caroliguldens elleff stuivers acht penningen f 354-00-00 
de interssen zedert den 4e May 1680 daerop te goede tegen 5 procent, gequoteert met No 23 
[marge: ut supra] een obligatie de dato den 18e september 1677 op Hoyte Pieters de Vries tot een duisent caroliguldens capitael et registrata den 22e october 1678 f 1000-00-00 
de interessende daerop te goede tegen 5 1/2 guldens procent, gequoteert met No 24 
 
[0021r] een handtschrift de dato den 21 January 1680 tot laste van Jacob Reyners cum uxore tot Belckum, tot een hondert en vijftigh caroliguldens capitael f 150-00-00 
de maengelden daerop te goede tegens 10 stuivers pro maent, gequoteert met No 25 
[marge: onwis] een obligatie de dato den 12e May 1668 tot laste van Neeltie Arjens op der Bildt, ter summa van vijfhondert caroliguldens capitael f 500-00-00 
de interessen zedert den 12e may 1679 daerop te goede, gequoteert met No 26 
[marge: ut supra] een obligatie de dato den [niet ingevuld] May 1680 tot laste van Claes Pieters en Joannes Klaessen, ter summa van driehondert sestigh goltguldens waer van dese sterfhuise de helfte competeert, ad f 252-00-00 
de interssens daerop noyt betaelt, gequoteert met No 27 
---------- 
f 902-00-00 
 
[0021v] een handschrift de dato den 25e may 1680 tot laste van Wybe Fransen backer, ter summa van negenhondert een en sestigh caroliguldens, twaleff stuivers capitael f 961-12-00 
de interessen daerop te goede als noyt betaelt, gequoteert met No 28 
een handtschrift de dato den 28e november 1677 tot laste van Laes Pieters en wijlen Abe Douwes, ter summa van negenhondert een en tachtigh caroliguldens, 18 stuivers capitael f 981-18-00 
de maentgelden daerop noyt betaelt, tegens 10 stuivers per maent, gequoteert met No 29 
[marge: onwis] een handtschrift de dato den 28e october 1679 tot laste van Jelle Auckes cum uxore tot een hondert caroliguldens capitael f 100-00-00 
de maentgelden tegen 10 stuivers per maent daerop te goede, gequoteert met No 30 
---------- 
f 2043-00-00 
 
[0022r] een obligatie de dato den 26e september 1672 tot laste van Petrus Mejontsma cum uxore tot twee duysent twee honder en vijftigh caroliguldens capitael f 2250-00-00 
de interessen zedert den jaere 1677 tegen 5 procent daerop te goede, gequoteert met No 31 
een handtschrift de dato den 30e december 1670 tot laste van Abbe Lourens op 't Bildt, ter summa van vijffhondert caroliguldens capitael f 500-00-00 
de interessen zedert den jaere 1674 daerop te goede, gequoteert met No 32 
een obligatie de dato den 24e aprilis 1669 tot laste van de selve, ter summa van vijfftien hondert caroliguldens captiael, et registrata den 23 marty 1675 f 1500-00-00 
de interessen zedert den jare 1679 daerop te goed, gequoteert met No 33 
---------- 
f 4250-00-00 
 
[0022v] [marge: onwis] een obligatie de dato den 30e May 1673 et registrata den 10e May 1675 tot laste van Douwe Bockes cum uxore, tot tweehondert en veerthien caroliguldens capitael f 214-00-00 
de interessen zedert den 2e februari 1680 daerop te goede, gequoteert met No 34 
[marge: ut supra] een handtschrift de dato den 4e juny 1680 tot laste van Goslingh Foppes tot Bolswart tot vijftigh caroliguldens tien stuivers capitael f 50-10-00 
daerop negen jaren interessen te goede, gequoteert met No 35 
[marge: ut supra] een handtschrift de dat den 17e aprilis 1673 tot laste van Stittert Adams cum uxore et regta. den 10e october 1673 tot een hondert en drie caroliguldens capitael f 103-00-00 
waer op noyt interessen zijn betaelt, gequoteert met No 36 
---------- 
f 367-10-00 
 
[0023r] een handschrift de dato den 6e July 1680 tot laste van de secretaris Mathijs Idsinga, tot acht hondert caroliguldens capitael f 800-00-00 
de maentgelden daerop noyt betaelt tegen 10 stuivers per maent, gequoteert met No 37 
[marge: onwis] een handtschrift de dato den 19e aprilis 1680 tot laste van Sytse Jelles tot Sneecq tot tweehondert seven en sestigh caroliguldens tien stuivers capitael f 267-10-00 
waer op geen maentgelden zijn betaelt, gequoteert met No 38 
een obligatie de dato den 3e augusti 1680 tot laste van de havenmeester Wytse Stevens tot een hondert caroliguldens capitael f 100-00-00 
waerop geen interessen zijn betaelt, gequoteert met No 39 
---------- 
f 1167-10-00 
 
[0023v] [marge: onwis] een dato segge een handtschrift de dato den 17e May 1672 tot laste van Wybe Pytters sleefmaker [Fries: pollepelmaker] tot twee en vijftigh caroliguldens, dartien stuivers capitael, f 52-13-00 
waerop noyt geen interessen zijn betaelt, gequoteert met No 40 
[marge: ut supra] een handtschrift de dato den 4e aprilis 1673 tot laste van Hendrick Hendrix sleefmaker tot een hondert caroliguldens capitael f 100-00-00 
als reste, de interessen zedert den jare 1674 daerop te goede, gequoteert met No 41 
een obligatie tot laste van de kerkckvoogden van de dorpe Holwert de dato den 28e may 1670 tot twee hondert goltguldens capitael, is f 280-00-00 
de interessen zedert den jaere 1679 daerop te goede, gequoteert met No 42 
---------- 
f 432-13-00 
 
 
 
[0024r] een obligatie de dato den 15e juny 1679 tot laste van deselve kerckvoogden tot vijffhondert caroliguldens capitael f 500-00-00 
door cessie becomen, de interessen daerop noyt betaelt, gequoteert met No 43 
een obligatie de dato den 30e juny 1668 tot laste van Hendrick Jansen cum uxore op 't Niuew Bildt, tot sevenhondert caroliguldens capitael f 700-00-00 
de interessen zedert den jare 1679 daerop te goede, gequoteert met No 44 
[marge: onwis] een obligatie de dato den 14e aprilis 1676 tot laste van de Gemeensman Wopke Acker cum uxore, tot tweehondert en vijftig caroliguldens capitael f 250-00-00 
de interessen zedert den 14e april 1680 daerop te goede, gequoteert met No 45 
---------- 
f 1450-00-00 
 
[0024v] [marge: onwis] een obligatie de dato den 17e may 1676 tot laste van Ydtie Jacobs wedu van wijlen Douwe Elinghs, tot een hondert caroliguldens capitael f 100-00-00 
de interessen daerop te goede als noyt betaelt, gequoteert met No 46 
een handtschrift de dato den 24e februari 1671 tot laste van de hopman Seerp Lammerts Swerms tot vijffhondert caroliguldens capitael als reste f 500-00-00 
de interessen zedert den 19e aprilis 1680 daerop te goede, gequoteert met No 47 
[marge: onwis] een obligatie de dato den 4e november 1675 tot laste van wijlen Jacob Jochums cum uxore, tot vijftigh caroliguldens capitael f 50-00-00 
de interessen daerop noyt betaelt, gequoteert met No 48 
[0025r] [marge: onwis] een obligatie de dato den 4e juny 1668 tot laste van Folckert Pytters Brouwer tot een hondert caroliguldens capitael f 100-00-00 
de interessen zedert den 4e juny 1680 tegen procent daerop te goede, gequoteert met No 49 
een obligatie de dato den 13e marty 1680 tot laste van jonker Edsert van Burmania, tot twee hondert en negentigh caroliguldens capitael f 290-00-00 
de interessen zedert de 1e july 1679 daerop te goede, gequoteert met No 50 
[marge: ut supra] een handtschrift tot laste van Doede Jansen waer op als reste te goede is sestien guldens vijff stuivers, de dato den 23e juny 1673 f 16-05-00 
de interessen zedert den jaere 1675 daerop te goede, gequoteert met No 51 
---------- 
f 406-05-00 
 
[0025v] [marge: onwis] een handtschrift de dato den 27e juny 1670 tot laste van Wouter Pytters, tot twintigh caroliguldens capitael f 20-00-00 
daerop noyt geen interessen betaelt, gequoteert met No 52 
[marge: ut supra] een obligatie de dato den 10e May 1661 tot laste van wijlen Jan Tiebbes tot Saxum in Groeningerlandt waerop als reste is te goede f 260-00-00 
de interessen zedert den 18e juny 1675 daerop te goede, gequoteert met No 53 
een wisselbrieff bij Cornelis Scheltes backer gepasseert, de dato den 21 / 31 augusti 1680 tot een duisent caroliguldens capitael f 1000-00-00 
gequoteert met No 54 
---------- 
f 1280-00-00 
 
[0026r] [marge: onwis] een handtschrift tot laste van Hylcke Pytters, onde[r] Pr. Ennius Ydema tot Besterswaegh berustende tot een hondert goldguldens capitael f 140-00-00 
een obligatie ter summa van ruym duisent caroliguldens capitael tot laste van Pytter Gerryts op de Leeck, ende berustende onder de Rentemeester van de Leeck zijnde gedateert den 8e december 1665, alles volgens aentekeninge in 't memoriael van den jaere 1675 bevonden, onder de dato van den 7e may 1679. Dit pro memorie 
---------- 
f 140-00-00 
 
[marge: onwis] een obligatie tot laste van de heeren Raden ter Admiraliteit in Frieslandt onder de burgemeester Pieter Pieter Oldaens, ter [0026v] summa van duisent caroliguldens, waer van dit sterffhuis toebehoort een hondert en dartigh caroliguldens, soo capitael als interessen tot den 27 may 1679, zijnde de dato van de cessien f 130-00-00 
volgens aentekeninge als voren onder de selve datum van de selve cessie 
[marge: ut supra] een handtschrift de dato den 23e juny 1663 tot laste van Gerryt Sydses holtcooper ende timmerman tot Holwert tot eenduisent caroliguldens capitael f 1000-00-00 
de interessen daerop noyt betaelt, gequoteert met No 55 
[marge: ut supra] een dito tot laste van de selve de dato den 30e May 1672 tot tweehondert seven caroliguldens, seven stuivers f 207-07-00 
de interessen daerop noyt betaelt, gequoteert met No 56 
---------- 
f 1337-00-00 
 
[0027r] [marge: onwis] een obligatie op Hessel Gerbens tot Tzum tot vijftien hondert caroliguldens capitael de dato den 20e april 1661 waer op noch resteert f 438-17-08 
de interessen zedert den jaere 1680 betaelt, gequoteert met No 57 
[marge: ut supra] een handtschrift de dato den 8e may 1668 tot laste van Trijntie ende Sytske Jelles tot een hondert caroliguldens capitael f 100-00-00 
de interessen daerop noyt betaelt, gequoteert met No 58 
een obligatie tot laste van 't Landtschap van Frieslandt tot ses hondert caroliguldens capitael de dato den 21e may 1667 f 600-00-00 
de interessen zedert den jaere 1678 daerop te goede, gequoteert met No 59 
 
[0027v] Obligatien onder dr. Popta tot Leuwarden berustende 
[marge: onwis] een obligatie de dato den 30e juny 1679 tot laste van Geertie segge Gerryt Sydses voorschreven waerop resteert f 84-09-00 
[marge: ut supra. dese alhier nihil vermits bij Claes Freerx in leven ontvangen] een obligatie op Eelcke Doeckes in dato den 14e juny 1675 tot drie hondert en sestigh caroliguldens, waerop ten achteren is f 243-14-00 
[marge: ut supra] een obligatie op Hosse Jacobs cum uxore aen St. Anna Parochie de dato den 9e may 1673 waerop te reste is f 198-08-00 
---------- 
f 526-01-00 
 
[0028r] een obligatie de dato den 13e marty 1667 tot laste van Romcke Douwes tot Witmaersum waerop te reste is f 102-00-00 
[marge: onwis] 
 
[marge: ut supra] een obligatie de dato den 28e augusti 1673 tot laste van deselve Romcke Douwes waerop noch te reste is f 107-00-00 
[marge: ut supra] een obligatie de dato den 4e november 1672 tot laste van Sybrandt Hittinga tot drieduisent caroliguldens capitael f 3000-00-00 
de intressen zedert de jare 1676 daerop te goede 
---------- 
f 3209-00-00 
 
[0028v] [marge: onwis] 't sterfhuis competeert van Claes Wybes Franequer treckschipper cum uxore, uit een obligatie onder Saeckjen Clases Braam berustende f 250-00-00 
[marge: ut supra] Cornelis Adams debet volgens obligatie mede onder Saeckjen Claeses berustende, driehondert en vijftigh caroliguldens f 350-00-00 
---------- 
f 600-00-00 
 
Bedragende alsoo de vorenstaende brieven en instrumenten te samen geaddeert sijnde, soo goed als quaedt, de summa van twee en dartigh duisent vijff hondert en vijftien caroliguldens acht stuivers acht penningen 
f 32515-08-08 
 
[0029r] Vastigheden 
seeckere huisinge staende binnen deser stede op de Noorderhaven alwaer wijlen Claes Freerx uyt versturven is, gequoteert met No A 
een huisinge staende mede binnen deser stede op de Noorderhaven bij Frouckjen Clases Braam bewoont, gequoteert met No B 
seeckere huisinge staende mede binnen voorschreven stede, aen de suidtcandt van de Voorstraet alwaer uyt wijlen de Admirael Tierck Hiddes de Vries versturven is, gequoteert met C. 
[0029v] seeckere packhuis staende mede binnen deser stede Harlingen, ontrent de Nieuwe Kerk, gequoteert met D 
noch seeckere huisinge, staende als voren, op de hoeck van de Suiderhaven bij de Kimswerder piep, bij Ulbe Cornelis schoenmaker bewoont, gequoteert met E 
seeckere huisinge, segge hovinge staende mede binnen voorschreven op de Suiderhaven, gequoteert met F 
en noch een hovinge staende in de Droogstraet der voorschreven stede, ontrent de Noorderhaven, gequoteert met G 
[0030r] de gerechte helfte van seeckere huisingen staende binnen de stadt Sneecq, gequoteert met H 
seeckere sate landts genaemt Groot Daersum, gelegen tot Achlum bij Johannis Douwes bewoont groot 141 pondematen nae naem en faem, bewoont met 43 1/2 florenen, gequoteert I 
seeckere sate landts genaemt Facens? bij Douwe Bockes gebruickt, tot Wynaem groot 90 pondematen na naem en faem beswaert met 26 florenen en twee gulden eeuwige renthe, gequoteert met K 
[0030v] een sate landts gelegen tot Boerum, bij Dirck Alckes gebruickt, groot nae naem en faem 84 pondematen beswaert met 28 1/8 floreen, ende de huisinge, gequoteert met L 
een sate landts gelegen tot Boerum mede, genaemt Palema, groot nae naem en faem 60 pondematen, beswaert met 20 florenen, gequoteert met M 
seeckere sate landts gelegen tot Spannum, genaemt Groot Duynterp, groot nae naem en faem 93 pondematen beswaert met 44 florenen, bij wijlen Claes Freerx selfs gebruyckt, gequoteert met N 
[0031r] een sate landts gelegen onder den dorpe Winsum, Groot Ropperts genaemt, groot nae naem en faem 26 2/3 pondematen beswaert met 4 florenen, gequoteert met O 
seeckere sate landts de Stelp genaemt, gelegen als boven, groot nae naem en faem 111 1/2 pondemate, beswaert met 21 1/2 floreen, gequoteert met P 
Noch sekere sate landts, 't Hoge Bildt genaemt, gelegen onder de uytbuiren van Franequer, groot nae naem en faem 68 1/2 pondematen, beswaert met 29 3/8 floreen, bij Crijn Taekes gebruyckt, gequoteert met Q 
[0031v] een sate landts gelegen op 't Nieuw Bildt, bij Cornelis Pytters gebruickt, groot nae naem en faem 68 pondematen, beswaert met 23 florenen, gequoteert met R 
een sate landts tot Stiens, bij Tjallingh en Taeke Martens gebruyckt, groot 28 1/2 pondemate beswaert met 15 3/4 florenen, gequoteert met S 
een sate landts gelegen tot Sexbierum, bij Jan Sybrandts gebruyckt, groot na naem en faem 56 1/2 pondemate beswaert met 12 florenen, gequoteert met T 
[0032r] een sate landts gelgen tot Arum, bij Ulbe Broers gebruickt, groot 41 pondemate, beswaert met 13 floreen 4 1/2 stuivers, gequoteert met V 
de gerechte helfte van seeckere sate landts, genaemt Minnerda tot Brandgum, groot 86 pondemate, beswaert met 26 1/2 floreen 3 1/2 stuivers, gequoteert met W 
de vijff gerechte elffde parten van seeckere sate landts, gelegen tot Oosterlittens Langwert genaemt, groot de vijff elfde parten 25 pondemate, beswaert met 8 floreen 1 1/2, gequoteert met X 
[0032v] de gerechte helfte van seeckere sate landts, gelegen tot Oudeboon, genaemt Abbinga, groot voor de helfte 60 pondemate, beswaert met 5 3/4 floreen gebruyckt bij de soon van Claes Pieters, gequoteert met Y 
noch de helft van seeckere sate landts bij Wiggle Ruirdts gebruyckt, mede aldaer gelegen, groot voor de helfte 50 pondemate, en beswaert met 3 3/4 floreen nae gis, gequoteert met Z 
een stuck los landt tot Oosterlittens groot thien pondematen beswaert met 3 1/2 floreen, gequoteert met AA 
[0033r] een stuck loslandt bij Midlummer Tille, groot negen pondematen, beswaert met floreen, gequoteert met BB 
een stuck los landt gelegen aen de Wynaemer vaert, groot acht pondematen, beswaert met 3 1/4 floreen, gequoteert met CC 
een stuck los landt gelegen bij Bolta, groot 7 1/4 pondemate, beswaert met twee floreen, gequoteert met DD 
[0033v] een stuckjen los landt gelegen bij de Kimswerder delreed, groot 8 3/4 pondematen, beswaert met 2 1/4 floreen, gequoteert met EE 
een stuck snij landts bij de papiermolen gelegen, groot 2 1/2 pondemate beswaert met 1 1/4 floreen, gequoteert met FF 
ses goltgldens eeuwige renthe uit de plaetse van wijlen juffrouw Uilckien van Fiersen gelegen onder de dorpe Hollum, Boners of Ecoma state genaemt, gequoteert met GG 
[0034r] een caroligulden ofte twintig stuivers jaerlijxe grontpacht gaende uit de huisinge van wijlen Anne Bouwes, staende binnen deser stede, ontrent de Lans Lijnbaen, gequoteert met HH 
noch een caroli grondtpacht gaende uit de camer van Gerryt Schiere in qualiteit, staende als boven, gequoteert met II 
drie en een halve stuiver rente gaende uit de huisinge van Douwe Jeels cum socii, staende binne voorschreven stede op de Lanen, gequoteert met KK 
 
[0034v] Drijffgoederen, massaal gelaten 
een floytschip, genaemt de Liefde, bij schipper Douwe Jelles gevoert wordende, waer aen de schipper 1/32 part heeft, nu in zee zijnde. 
noch een floytschip, genaemt 't Paradijs, bij schipper Jan Sipkes gevoert wordende, waervan dit sterfhuis drie vierde parten toebehoort, mede in zee zijnde. 
noch een floytschip, genaemt de Koningh Davidt, leggende tegenwoordigh tot Amsterdam, waer van de schipper een sestiende part toebehoort, gevoert wordende bij Jan Hendriks 
[0035r] een seecker floytschip, bij schipper Sybren Hendrix gevoert wordende, genaemt de Vijgeboom, waer van 't sterfhuis vijff achte parten toebehoort, tegenwoordig uitlandigh. 
noch een floytschip, bij Coene Pieters gevoert wordende, genaemt mede de Koningh David, waer van 't sterfhuis 27/32 parten toebehoort. 
1/16 deel aen 't schip van de Rode Leeuw genaemt, bij schipper Sipke Feddrix gevoert wordende. 
[0035v] 3/64 parten, aen 't schip de Wildschuth genaemt wordende, ende gevoert bij Cornelis Cornelis Mocq. 
1/32 part, aen 't schip van Lieucke Reities, van Hindelopen. 
1/32 part aen 't schip van schipper Ritske Pieters van Harlingen. 
1/64 part, aen 't schip van 't schipper Sjoerd Clases Schiere van Harlingen. 
[0036r] 1/30 part, aen 't galjootschip van schipper Elingh Douwes van Harlingen. 
1/64 part, aen 't floytschip De Morgenster genaemt, bij Lolle Jansen gevoert wordende. 
1/60 part, aen 't schip van schipper Jackle Jans van Harlingen. 
1/48 part aen 't galjootschip van Hessel Ockes, tot Hindlopen. 
 
[0036v] Granen massaal gelaten 
Negen lasten 26 lopen witte Friesche weyt, leggende in 't packhuis ontrent de Westerkerck. 
2 1/2 lasten rogge leggende mede aldaer. 
ontrent 20 lasten rogge leggende achter 't huis aen de Voorstraet, raeckende 't schip van Douwe Jelles. 
 
[0037r] Hennip mede massaal gelaten 
Seeventich bonden reyn hennip, wegende 300 schippondt en 95 ponden. 
acht en sestigh bonden pas hennip, wegende 87 schippondt. 
achthien bonden Moscovische hennip, wegende 55 2/3 schippondt. 
eenigh oud touwerck, leggende in 't packhuis. 
 
[0037v] Houtwaren 
een parthij Noordse sparren, staende bij 't packhuis, ontrent de Westerkerck. 
een parthij parnse sparren staende mede aldaer. 
 
[marge: deze affgelinieerde posten behoren ten proufijte van 't schip van Sybren Hendrix ende alsoo vercocht geworden] 
eenige lange balcken, leggende op de Suiderhaven voor 't hoff. 
eenige korte balcken, leggende op de Suiderhaven segge bij 't hoff in de Droogstraet. 
een parthij korte balcken bij 't hoff op de Suiderhaven leggende. 
tachtigh lange balcken voor Jacob Jarichs. 
 
[0038r] een parthij oudsoense deelen, leggende voor de huisinge alwaer de overledene uyt versturven is. 
een parthij juffers, soo cort als langh voor en aen de sijde van de huisinge bovengedacht. 
een parthij Noordse sparren mede aldaer. 
een parthij masten. 
 
Dese voorstaende houtwaren hebben ten proufijtte van 't sterfhuis in gereden gelde opgebracht buiten de posten in dese affgelineert, de suuma van drie duisent twee hondert ende vijftigh caroliguldens f 3250-00-00. 
 
[0038v] Huys en landhuiren etc. 
Tjerck Romckes debet al reste van landhuir, een jaer, tot f 100-00-00 
de selve wegen de affcoop f 290-00-00 
Cornelis Pytters Nannings op der Bildt debet wegens landhuir f 220-00-00 
Douwe Bockes, debet twee jaeren landhuiren, St. Marten 1671 verschenen, 's jaers tot 378 gulden is f 378-00-00 
en een jaer interessen van twee duisent goltguldens voorschot, tegen 5 procent, f 140-00-00 
door Douwe Bockes betaelt, daerinne veertien guldens, volgens secker post den 9 july 1680 in 't memoriael, pro memoria. 
Crijn Takes debet wegens huir 1679 als rest f 18-16-00 
---------- 
f 1146-16-00 
 
de post hier boven den 9 july 1680 ontvangen f 14-00-00 
---------- 
f 1134-16-00 
 
[0039r] Jacob Claesen tot Winsum debet van landhuir f 280-00-00 
Hans Douwes nihil. 
Wybe Eyses debet wegens achterstallige landhuir f 338-12-04 
Wiggle Ruirds wegens twee jaer huyr f 70-00-00 
deselve wegens geleent geld dartigh goltguldens f 42-00-00 
---------- 
f 730-12-04 
 
De landhuyren boven ende vorengemelt, de huyshuyren daerin niet begrepen, bedragen een duisent acht hondert drie ent sestigh caroliguldens acht stuivers vier penningen f 1863-08-04 
[0039v] Lijsbeth Tieerds debet wegens een jaer huyr May 1680 verschenen f 37-16-00 
Pieke Wybes wedu tot Sneecq debet wegen huishuir f 42-00-00 
Gerryt Schiere debet in qualiteit acht gulden, wegens acht jaeren grondtpacht f 8-00-00 
Anne Bouwes erven debet wegen twee jaren grondtpacht f 2-00-00 
Jan Bentes erven debet wegens een jaer grondtpacht f 0-03-00 
Hans Jansen erven debet wegens solderhuir augusti 1680 verschenen f 32-00-00 
---------- 
f 122-07-00 
 
[0040r] Pieter Grauda, wegens drie jaeren solderhuir van 15 lasten rogge 't last 4 stuivers per maent verschenen in augusti 1680 f 81-00-00 
de selve wegens elleff lasten rogge a 3 stuivers per last als voren, voor de tijt van twee jaren, verschenen den 10 september 1680 de summa f 39-13-00 
de selve wegens dartien lasten rogge a 3 stuivers per maent als voren voor de tijt van een jaer, gerekent tot den 21 october 1680 f 23-08-00 
Rinse Jetses debet wegen 3/4 jaer souderhuir den 14e october 1680 sullende verschijnen f 16-04-00 
---------- 
f 160-05-00 
 
[0040v] De vroedsman Jacob Clasen debet als reste van solderhuir wegen ses lasten, tegens 3 stuivers per last ter maendt van den 1e juny 1679 tot den 8e december des selven jaers, alsoo voor ses maenden f 5-08-00 
De selve noch ter sake als boven, wegens20 lasten rogge tegens 3 stuivers ter maent per last, dat voor de tijt van een jaer van den 21e july 1679, tot des selven dit 1680 gerekent f 39-12-00 
De selve noch wegens ses lasten rogge a 3 stuivers als voren, voor de tijt van een jaer van den 18e october 1679 tot de selven dito 1680 gerekent f 10-16-00 
De selve noch wegens negentien lasten rogge a 3 stuivers als boven, voor de tijt van 11 maenden van de 1e november 1679 tot de 1e october 1680 incluis f 31-07-00 
---------- 
f 87-03-00 
 
[0041r] Claes Rinties Botsma debet wegens elleff maenden souderhuyr van 30 lasten rogge a 3 stuivers per maendt, de 1e october 1680 verschenen f 49-10-00 
Jan Pieter Oldaens debet wegens sestien maende souderhuyr, den 20e september 1680 verschenen, van 20 lasten rogge a 4 stuivers per last ter maendt f 64-00-00 
Wybe Fransen backer debet wegens een jaer solderhuyr van 15 lasten rogge a 3 stuiver per maent van 't last, den 10e october 1680 zullende verschijnen f 27-00-00 
Schepen Tania tot Leuwarden per Sijmen Ages debet voor solderhuyr van 14 1/2 last boeckweyt a 3 stuivers per last, ter maendt den 7e october 1680 te verschijnen f 23-18-08 
---------- 
f 164-08-08 
 
[0041v] Bedragende also de vorenstaende huis ende solderhuyren te samen, de summa van vijff hondert vier en dartigh caroliguldens vier stuyvers f 534-04-00 
[0042r] Proufijtelijcke uytstaende boeckschulden bevonden in 't schuldboeck gequoteert met E gebonden in folio Anno 1669. 
Edger Douwes sleefmaker tot Pingjum debet folio 14 f 47-07-08 
Ennius Ydema tot Besterswaeg debet als rest folio 18 f 20-00-00 
en heeft een handtschrift onder hem berustende tot laste van Hylcke Pieters hier pro memoria. 
Sipke Jacobs kuyper tot Dockum debet folio 19 als voren rest f 14-00-00 
Reiner Harmens Idema tot Dockum debet als rest folio 26 f 42-01-08 
Minne Jansen in de Noorderdrachten debet folio 42 f 10-00-00 
---------- 
f 133-09-00 
 
[0042v] Cornelis Lubbert holtcoper tot Aduwaert in Groeningerland debet folio 43 f 69-17-00 
Jan Feyckes Mosch debet per rest folio 44 f 18-00-00 
Ipe Pieters tot Franequer debet eod. f 859-05-00 
Pybbe Jans tot Leuwarden debet folio 62 f 49-13-12 
Haye Hessels holtcoper op de Rijp debet folio 66 per rest f 30-12-00 
De Harbayumer kerckvoogden debet folio 69 f 14-07-00 
---------- 
f 1041-15-08 
 
[0043r] Jan Aleffs tot Mackum debet folio 74 f 4-06-00 
Willem Jelles tot Leeuwarden op 't Vliet debet per rest folio 92 f 149-00-00 
Tot Danswick onder Dirck van Hoeck berustende, een ladinge sout waer van 't sterffhuys de helfte toebehoort ofte 't schip van Coene Pytters ende alsoo voor dat gedeelte, 't welcke sterfhuis aen voorschreven schip competeert. 
Tot Ryga, onder Frans van Dolre berustende voor 1/2 ladinge zout 't welcke 't schip van Douwe Jelles aengaet, waer aen bij courante noch rest 
Barent van der Linde debet f 32-00-00 
---------- 
f 185-06-00 
 
 
 
[0043v] Hendrick Hendrix sleefmaker debet in 't kladboeck f 58-09-00 
Coopman Abe Pieters debet wegens vercochte boonen f 85-15-00 
Gijsbert Jansen schoenmaker debet voor een gecochte koehuyd 63 pond swaer f 7-00-00 
Voor uytdelinge van 3/64 parten scheeps van Cornelis Cornelis de jonge ontvangen twaleff ducatons f 37-16-00 
Frouckjen Clases weduw wijlen Romke Jacobs debet, wegens geleverde houtwaren als reste f 4031-01-00 
Goytien Braem als curator over Pitie Braem debet wegens twee jaer drie maende costpenningen f 280-00-00 
noch ter sake expensen f 24-11-12 
---------- 
f 4524-12-12 
 
Bedragende also dese vorenstaende boeckschulden in alles de summa van vier duisent vijff hondert vier en twintigh caroliguldens twaleff stuivers f 4524-12-00 
Noch als voren bedragen de boeckschulden dartien hondert sestig guldens tien stuivers f 1360-10-00 
---------- 
f 5885-02-00 
 
[0044r] Op den 2e october 1680 heeft Albert Beerns meyer op de plaetse Groot Duynterp genaemt, gelegen tot Spannum aengevinge gedaen van alle de huismanne gereedschappen ende imboelen etcetera aldaer op de plaetse berustende ende gebruict wordende, volgens notule bij hem met sijn eigen handtmerck aldus X vertekent. 
Sestien melck koyen [koeien] 
vier melck rieren [Fries:vaarzen] 
vier vette koyen [koeien] 
vijff hockelingen [eenjarige koeien] 
een enter bolle [stier] 
ses kalvers 
drie peerden 
[0044v] twee volen [veulens] 
twee overjaerse bargen [varkens] 
ses spallingen [varkens van nog geen jaar oud] 
veertigh einen [eenden] 
een haen en acht hennen 
twee ploegen soo goed als quaedt 
twee eiden [eggen] 
ses wagens soo groot als kleyn 
twee karren 
twee kretten [kruiwagens] 
twee karnen 
[0045r] acht molckenvaten met een banck 
negen coperen emmers 
twee ketels met een lidt 
een kaesketel 
een mesken pottie met een lid 
ses en dartigh mouden 
een broeck moude 
acht houten emmers 
een rasp 
1/2 rol 
[0045v] een weytobbe 
twee waschtobben 
eenige oude vaten 
een praem met een kloet en zeyl 
twee kaesvaeten 
een keespars 
een keestobbe 
vier houten patielen soo groot als kleyn 
drie kandelaers soo groot als kleyn 
een potzeel 
[0046r] twee panties 
seven stoelen in soorte 
drie tafelen soo groot als kleyn 
een meelvath 
twee suipvaten [karnemelkvaten] 
een seyne [zeis] 
een sichte [sikkel] 
drie joecken [jukken] 
negen vorcken 
een greep 
[0046v] dartigh krooden [kruiwagens] 
drie pont gers 
een heugel [haal] 
twee klauwen 
een tuynhaeck 
eenigh oud romlerie 
 
Bedden en Bedsklederen 
drie bedden en drie peulen 
negen laeckens 
twee wijtlingen 
ses deeckens soo goed als quaed 
[0047r] vijff peuldoecken 
twee servetten 
twee stoelcussens 
een turfkorff 
vier ledders 
eenigh timmermansgereedschap 
twee butterladen 
twee sleeptroggen 
een tinnen waterpoth 
 
Dese geinventariseerde goederen bij boelgoed, vercocht sijnde, sijn bevonden opgebracht te hebben de summa van een duisent negen hondert nege en veertigh caroliguldens twee stuivers acht penningen f 1949-02-08 
 
[0047v] En is noch ten achteren aen de samentlijcke erffgenamen wegens gelverde en ontvangene bieren, hier voor profijttelijck moetende dienen namentlijck: 
Frouckjen Clases Braam f 174-05-00 
Dieucke Pytters in haer qualiteit f 136-10-00 
Saackjen Clases f 104-15-00 
---------- 
f 415-10-00 
 
[0048r] Schadelijcke staet ofte schulden tot laste van den sterfhuise als volgt ende alrede bij 't sluiten deses uyt de opgecomen schulden hier voren in de profjttelijcke niet gedacht was betaeldt, wordendan hier pro memoria ende niet voor schadelijk gebracht 
 
Jacob Romckes wegens sijn moeder Frouckjen Clases Braam competeert ter sake betaelde schulden tot laste van desen sterfhuise, volgens notule bij hem Jacob Romckes overlegt f 1791-17-14 
De selve comt ter causa als voren f 441-16-10 
De kinderen Ansche Jacobs competeren wegens meerder ontvang als uytgave bij wijlen Claes Freerx Braam als curator gehadt f 795-06-14 
De betaelde legaten bedragen in eender summa vijffhondert twee en tachtigh caroliguldens vijftien stuivers f 582-15-00 
---------- 
f 3611-16-06 
 
[0048v] noch wegen betaelde doodschulden negenthien guldens negen stuivers f 19-09-00 
Goytien Braem als curator over Pitie Jacobs Braem competeert van de sterfhuise f 211-06-00 
Aen Pieter Jacobs volgens accoordt betaeldt, wegens ijn praetensen op den sterfhuise tot f 3300-00-00 
---------- 
f 3530-13-00 
 
Bedraegende also dese schadelijcke staet in alles te samen geaddeert sijnde de summa van seven duisent een hondert twee en veertigh caroliguldens elff stuivers veertien penningen f 7142-11-14 
 
Comt hier noch voor schadelijck het restante van de plaets Groot Ropperts in dese proufijtelijcke staet gemelt, ad f 1414-00-00 
---------- 
f 8556-11-14 
 
[0049r] Compareerden op den Raedhuise den stadt Harlingen voor de burgemeesteren Jacobus Goslings en Jan Symens Bijlaen als commissarien, geadsocieert met Dre Dominico Wringer secretaris, Frouckien Claesen Braem weduw wijlen de coopman Romcke Jacobs, in desen geadsisteert met haer soon Jacob Romckes Braam, Saeckjen Claesen Braam, weduw wijlen Pieter Jacobs Dreyer, in desen met de coopman Jan Pieters Oldaens gesterckt, de coopman Goytien Claesen Braem als geauthoriseerde curator over Pitie Jacobs Braam, naegelaten dochter van wijlen Jacob Clasen Braam, ende Dieucke Pieters Hoogstra, weduw van wijlen de coopman Freerck Claesen Braem, als moeder en wettige voorstanderse over haer soontie Pieter Freerx Braam, bij de selve haer wijlen man voornoemt in echt verwect, in desen gesterckt met de burgemeester Pieter Pieter Oldaens, in dier qualiteit te samen kinderen ende kintskinderen ende erfgenamen van wijlen de coopman Claes Freerx Braam ende Knierke Jacobs Deersum in tijden echteluiden alhier, omme met elckanderen in gevolge van den vorenstaende inventaris te maken staat liquidatie sampt deilingen ende ontscheidinge van alle sodanige goederen als ten sterffhuise volgens den bovengedachten inventaris bevonden 
 
[0049v] sijn, in welx geprocedeert is manieren als volgt. 
Eerstelijck de obligatien 
Frouckjen Claesen Braam is bij lottinge ten dele gevallen 't gene volgt. 
Een obligatie de dato den 13e aprilis 1666 tot laste van desen landtschappe van Frieslandt, gequoteert met No 3 capitael f 500-00-00 
de interessen tot den 23 october 1681 gerekent daerop te goede f 63-10-00 
Een dito lands obligatie gequoteert met No 4 capitael f 300-00-00 
de interessen als voren gerekent tot f 34-06-00 
---------- 
f 897-10-00 
 
[0050r] Een landschaps obligatie gequoteert met No 5 capitael f 500-00-00 
de interessen als voren gerekent daerop te goede f 55-18-00 
Een dito obligatie gequoteert met No 6 capitael f 500-00-00 
de interessen als voren daerop te reste f 53-09-00 
Een dito als voren gequoteert met No 16 capitael f 250-00-00 
de interessen als voren daerop te goede f 34-10-00 
Een dito tot laste als voren gequoteert met No 14 capitael f 250-00-00 
de interessen als voren gerekent f 29-03-00 
---------- 
f 1673-00-00 
 
[0050v] Noch een obligatie tot laste van vaeckgedachte provintie tot drie hondert caroliguldens capitael gequoteert met No 18 f 300-00-00 
de interessen daerop te goede f 33-06-00 
Een dito tot laste als boven gequoteert met No 19 capitael f 300-00-00 
de interessen daerop te goede f 31-05-00 
Een obligatie tot laste van Abbe Lourens op der Bildt gequoteert met No 33 capitael f 1500-00-00 
de interessen gerekent als vaeck gemelt tot f 112-12-00 
Een dito to laste van de havenmeester Wytse Stevens, gequoteert met No 30 capitael f 100-00-00 
de interessen daerop te goede f 1-10-00 
---------- 
f 2378-11-00 
 
[0051r] Een obligatie tot laste van de kerckvoogden van den dorpe Holwert gequoteert met No 42 capitael f 280-00-00 
de interessen daerop te goede f 20-08-00 
 
Een dito tot laste van jonker Idsert van Burmania gequoteert met No 50 capitael f 290-00-00 
de interessen daerop te goede tot f 19-06-00 
---------- 
f 609-14-00 
f 2378-11-00 
f 1673-00-00 
f 897-16-00 
---------- 
f 5559-01-00 
 
Bedragende alsoo dese vorenstaende toegdeelde obligatien met de verschenen interessen daerop te goede, de summa van vijff duisent vijff hondert negen en vijftigh caroliguldens een stuiver 
f 5559-01-00 
 
[0051v] Saeckjen Claesen Braam is bij lottinge ten deele gevallen 't gene volgt. 
Een obligatie de dato den 20e december 1665 tot laste van desen Landtschappe van Frieslandt gequoteert met No 20 capitael f 3000-00-00 
de interessen tot den 23e october 1681 gerekent daerop te goede ad f 279-04-00 
Een dito tot laste van Petrus Mejontsma cum uxore, gequoteert met No 31 capitael f 2250-00-00 
de interessen als voren gerekent daerop te goede ad f 347-00-00 
---------- 
f 5876-04-00 
 
Bedragende dese vorenstaende toegedeelde obligatien de summa van vijffduisent acht hondert ses en 't seventigh caroliguldens vier stuivers 
f 5876-04-00 
 
[0052r] De coopman Goitien Claesen Braam als curator over Pyttie Jacobs Braam, is bij lottinge ten dele gevallen 't gene volgt. 
Een obligatie de dato den 7e januari 1673 tot laste van desen provintie van Frieslandt, gequoteert met No 1 capitael f 150-00-00 
de interessen gerekent den 23e october 1681 ad f 13-11-00 
Een dito van thoonder deses gequoteet met No 17 capitael f 150-00-00 
de interessen als voren gerekent f 15-16-00 
Een obligatie tot laste van 't Nieuwe Bilddijck gequotert met No 21 waer op capitael resteert f 2000-00-00 
de interessen als voren gerekent f 40-00-00 
---------- 
f 2369-07-00 
 
[0052v] Een handtschrift tot laste van de secretaris Mathijs Idzinga, gequoteert met No 37 capitael f 800-00-00 
de interessen gerekent als voren ad f 15-004-00 
Een obligatie tot laste van de coompan Laes Pieters cum socii gequoteert met No 20 capitael f 981-10-00 
Een dito tot laste van Hendrix Jansen cum uxore opt Niuewe Bildt, gequoteert met No 44 capitael f 700-00-00 
de interessen als voren, ad f 46-13-00 
Een handtschrift tot laste van Seerp Lammerts Swerms, gequoteert met No 47 capitael f 500-00-00 
de interessen als voren ad f 13-15-00 
---------- 
f 3155-05-00 
f 2369-07-00  
---------- 
f 5525-12-00 
 
Bedragende also dese bovenstaende toegedeelde obligatien de summa van vijff duisent vijff hondert vier en twintigh caroligudlends twaleff stuivers  
f 5525-12-00 
 
[0053r] Dieucke Pytters Hoogstra in haer qualiteit is bij lottinge ten deele gevallen 't gene volgt. 
Een obligatie tot laste van dese provintie van Frieslandt, de dat den 293 marty 1672, gequoteert met No 2 capitael f 1000-00-00 
de interessen gerekent tot den 23e october 1681 ad f 122-04-00 
Een dito tot laste van de selve provintie, gequoteert met No 7 capitael f 200-00-00 
de interessen gerekent als voren ad f 24-02-00 
Een dito tot laste van segge alsvoren gequoteert met No 8 capitael f 250-00-00 
de interessen gerekent als voren f 22-18-00 
---------- 
f 1619-04-00 
 
[0053v] Een obligatie tot laste van de vaeck gedachte provincie, gequoteert met No 9 capitael f 200-00-00 
de interessen gerekent als voren f 20-06-00 
Een dito als voren, gequoteert met No 10 capitael f 250-00-00 
de interessen als voren f 29-03-00 
Een dito als voren, gequoteert met No 11 capitael f 250-00-00 
de interessen als voren daerop te goed f 29-13-00 
Een dito to laste als voren gequoteert met No 12 capitael f 250-00-00 
de interessen als voren gerekent f 23-09-00 
---------- 
f 1052-11-00 
 
[0054r] Een obligatie tot laste van de vorengemelte provintie, gequoteert met No 13 capitael f 250-00-00 
de interessen daerop te goede gerekent als voren f 29-08-00 
Een dito obligatie tot laste als voren gequoteert met No 15 capitael f 250-00-00 
de interessen gerekent als voren f 29-03-00 
Een dito obligatie tot laste van Wybe Fransen Backer gequoteert met No 28 capitael f 961-12-00 
de interessen als voren f 20-00-00 
Een handtschrift tot laste van Jacob Reiners tot Belckum, gequoteert met No 25 capitael f 150-00-00 
de interessen als voren daerop te goede f 7-00-00 
---------- 
f 1697-03-00 
 
[0054v] Een obligatie tot laste van Abbe Lourens van der Bildt, gequoteert met No 32 capitael f 500-00-00 
de interessen gerekent als voren f 14-00-00 
Een dito tot laste van de kerckvoogden tot Holwert, gequoteert met No 43 capitael f 500-00-00 
de interessen gerekent als voren f 37-10-00 
---------- 
f 1051-10-00 
f 1697-03-00 
f 1052-11-00 
f 1619-04-00 
---------- 
f 5420-00-00 
 
Bedragende also dese vorenstaende toegedeelde obligatien etcetera de summa van vijff duisent vier hondert en twintigh caroliguldens acht stuivers 
f 5420-08-00 
 
[0055r] Ten tweden van de vastigheden 
 
Frouckien Claeses Braam is bij lottinge ten deele gevallen naevolgende vastigheden. 
Seeckere huisinge staende binnen deser stede op de hoeck van de Suiderhaven, ontrent de Kimswerder Piep, bij Ulbe Cornelis schoenmaker bewoont, gequoteert met E en getauxeert op f 1250-00-00 
't hoff staende op de Suiderhaven alhier, gequoteert met F en getauxeert op f 450-00-00 
Seeckere sate landts, Groot Deersum genaemt gelegen tot Achlum, gequoteert met I en getauxeert op f 12831-00-00 
---------- 
f 14531-00-00 
 
[0055v] Seeckere sate landts gelegen onder den dorpe Winsum, Groot Ropperts genaemt, gequoteert met O en getauxeert op f 1585-08-00 
Seeckere sate landts gelegen als boven, de Stelp genaemt, gequoteertmet P ende getauxeert op f 5771-00-00 
Summa totalis, van de vorenstaende vastigheden, bedragen aen caroliguldens dartigh duisent seshondert twee en veertigh caroliguldens vier stuivers 
f 30642-04-00 
 
[0056r] Saackjen Claesen Braam is bij desen bij lottinge ten deele gevallen 't gene volght. 
De huisinge staende binnen deser stede op de Noorderhaven, bij Frouckjen Braam bewoont, gequoteert met P ende getauxeert op f 1425-00-00 
't Westelijckste hoff staende in de Droogstraat, gequoteert met G en getauxeert op f 425-00-00 
Seeckere sate lands bij Douwe Bockes gebruickt, gelegen tot Wynaem, gequoteert met K ende getauxeert op f 9540-00-00 
Een sate lands gelegen tot Sexbierum bij Jan Sybrants gebruickt, gequoteert met T, getauxeert op f 2712-00-00 
---------- 
f 14102-00-00 
 
[0056v] Een sate landts gelegen tot Boerum Palema genaemt, gequoteert met M ende getauxeert op f 4800-00-00 
De vijff gerechte elleffde parten van seeckere sate landts gelegen tot Oosterlittens Langwert genaemt, gequoteert met T ende getauxeert op f 1700-00-00 
Een stuck los landt gelegen tot Oosterlittens groot thien pondematen, gequoteert met AA ende getauxeert op f 800-00-00 
Ses goltguldens eeuwige renthe gaende uyt de plaets van wijlen Juffr. Uyclkjen van Vierssen onder den dorpe Hollum, gequoteert met GG ende getauxeert op f 1200-00-00 
---------- 
f 7420-00-00 
 
Dese boven en vorenstaende vastigheden bedragen aen caroliguldens dartigh duisent een hondert en dartigh guldens sestien stuivers 
f 30130-16-00 
 
[0057r] Goytien Claessen Braam als curator over Pyttie Jacobs Braam is bij lottinge ten dele gevallen naevolgende vastigheden. 
Seeckere huisinge staende binnen desen stede aen de suidcant van de Voorstraet, gequoteert met C ende getauxeert op f 2525-00-00 
Een sate landts gelegen tot Boerum bij Dirck Allerts als huyrder gebruyckt, gequoteert met L ende getauxeert op f 6552-00-00 
Seeckere sate landts gelegen tot Spannum, Groot Duynterp genaemt, gequoteert met N ende getauxeert op f 5673-00-00 
De gerechte helfte van de sate landts gelegen tot Brandtgum genaemt Minnerda, gequoteert met W ende getauxeert op f 2064-00-00 
---------- 
f 16814-00-00 
 
[0057v] Een stuckjen los landt buiten de stadt Harlingen gelegen, groot negen pondematen BB ende getauxeert op f 2700-00-00 
Noch een stuckien los landt gelegen bij de papiermolen groot 2 1/2 pondematen gequoteert met FF ende getauxeert op f 725-00-00 
Noch een stuckien los landt, gelegen aen de Wynaemer vaerdt groot acht pondematen, gequoteert met CC getauxeert op f 1640-00-00 
de post per abuis voor malkander gestelt, hier pro memori 
---------- 
f 5065-00-00 
 
Summa van de boven en vorenstaende vastigheden bedragen aen caroliguldens dartigh duisent ses hondert en dartigh guldens twaleff stuivers 
f 30630-12-00 
[0058r] Dieucke Pytters Hoogstra in haer qualiteit is bij lottinge ten dele gevallen 't gene volgt. 
Seeckere huisinge staende binnen deser stede op de Noorderhaven, alwaer uyt wijle Claes Freerx Braam versturven is, gequoteert met A ende getauxeert op f 2325-00-00 
't Oostelijckste hoff staende in de Droogstraat, gequoteert met G ende getauxeert op f 550-00-00 
Seeckere sate landts gelegen buiten Franequer 't Hooge Bild genaemt, gequoteert met Q ende getauxeert op f 5754-00-00 
Noch seeckere sate landts gelegen op Nieuw Bildt bij Cornelis Pieters als huirder gebruickt, gequoteert met R ende getauxeert op f 8024-00-00 
---------- 
f 16653-00-00 
 
[0058v] Seeckere sate lants gelgen tot Stiens bij Tjalling en Taeke Martens als huirders gebruickt, gequoteert met S en getauxeert op f 2808-00-00 
Een stuckien los landt gelelgen bij Bolta groot 7 1/4 pondmaten, gequoteert met DD en getauxeert op f 1377-14-00 
Noch een stuckien los landt gelegen bij de Kimswerder delreedt groot 8 3/4 pondematen, gequoteert met EE ende getauxeert op f 875-00-00 
---------- 
f 5060-14-00 
 
Summa van desen boven en vorenstaende vastigheden bedraegt dartigh duisent drie hondert acht en negentigh caroliguldens achtien stuivers 
f 30398-18-00 
 
En moet desen nog worden vergroot met de plaets tot Arum bij Ulbe Broers bewoont, ten inventaris mede gedacht, ad f 3561-00-00 
sulx dat hier comt f 33959-18-00 
 
Aldus gedaen, geinventariseert 
 
[0059r] ende gesloten op den Raedhuise binnen Harlingen, door continuatie den 14e augustie 1682 
In kennisse van ons commissarien en secretaris 
 
(get.) J. Goslinghs 
 
(get.) J.V. Bijlaen 
 
abs. sec. 
(get.) Theodorus Theodori Posthumus  
45) 14/8 1682 
not. publ.